Mount Everest Base Camp Trek, Dag 11: Dzongla – Lobouche

Vandaag slapen we wat langer uit. Want na de zware dag van gisteren mag het vandaag een beetje minder zijn. Wanneer we Dzongla buiten wandelen zit de Spanjaard, die gisteren nog over ijsbijlen aan het roepen was op de Cho-La pass, samen met zijn vrienden buiten op enkele stoeltjes. Het blijkt een sympathiek groepje mannen te zijn. Ze houden vandaag een rustdag. Ik heb de indruk dat ze het prima naar hun zin hebben daar in het ochtendzonnetje. Het ziet er heel aanlokkelijk uit om twee extra stoelen bij de aardige mannen neer te zetten, maar gelukkig ziet het landschap er minstens zo aanlokkelijk uit. We laten de gezellige stoeltjes dus links liggen en laten ons gedwee dieper het landschap in zuigen.

We stappen een stenen muurtje over om terug op het pad te geraken. De route stuurt ons over een rivier en brengt ons aan de andere oever op een klein plateau. Hoewel we nog geen half uur aan het wandelen zijn, besluiten we toch al een pauze te nemen. Niet omdat we al moe zijn, maar gewoon omdat het hier té mooi is om niet te stoppen. We gaan op onze rugzakken zitten. We zeggen weinig. We kijken gewoon. Recht voor ons uit. Een eeuwigheid. Of zo voelt het toch. Want op deze plek lijkt tijd niet te bestaan. Geen seconde tikt hier verder. Alles is statisch en stil. Geen vogel die zijn mooiste melodietjes fluit. Geen boom die waait op het ritme van de wind. Enkel rotsen, zand en sneeuw. Een levenloos landschap. En het is prachtig. Het is – verdomd – zó prachtig…

Onaangekondigd halen enkele wandelaars ons uit onze roes. Een gids roept zijn team tot de orde. Er zijn blijkbaar enkele achterblijvers, die minder goed kunnen volgen. Daarom zet hij iedereen even netjes in een rij tot alle wandelaars weer aangesloten zijn. Het ziet er een beetje schools uit. Maar iedereen lijkt het prima te vinden. Braaf volgen ze al zijn instructies op. Wanneer het team weer compleet is, stappen ze verder. Ze klimmen een heuvel over. Pas als de groep volledig uit ons gezichtsveld verdwenen is, vervolgen ook wij onze route naar Lobouche. 

De maan kan de slaap niet vatten en staat nog klaarwakker aan de hemel. Haar witte kleur steekt mooi af tegen de helblauwe lucht, waaronder we gezapig verder klimmen. Het uitzicht wordt alleen maar mooier. Achter de rand van het plateau duikt een diep dal op, waarin zich een reusachtige gletsjer genesteld heeft.

Een sherpa klimt zwaarbeladen tegen sneltempo de berg op. Wanneer hij passeert moet ik even in mijn ogen wrijven. Niet omwille van zijn snelheid, maar wel omwille van de bedenkelijke kledij waarin hij dit onherbergzame landschap doorkruist. In tegenstelling tot ons heeft hij geen dikke donsjas aan. En erger nog: zijn merkloze Allstars zijn zodanig versleten dat zijn beide grote tenen komen piepen. Ik schaam me als ik kijk naar het dure materiaal dat mijn lichaam warm moet houden. Twijfelend of ik nu medelijden dan wel een torenhoog respect moet hebben voor deze sherpa, wandel ik diep verzonken in gedachten verder. Het gevoel laat me niet los dat het ergens onze schuld is dat deze sherpa zo rond loopt. Wij kiezen er immers voor om onze eigen bagage te dragen, en daardoor kan de lokale bevolking geen geld aan ons verdienen. Maar anderzijds zou ik er ook onbeschrijfelijk veel moeite mee hebben om iemand anders zijn rug te laten breken onder mijn zware spullen. En het is precies toch door dat laatste dat wij hier gerespecteerd worden. Niet enkel door de hikers die hun bagage laten dragen, maar vooral door de sherpa’s zelf. Want telkens wanneer ze mij als vrouw zien passeren met zo’n 20 kilogram op de rug krijg ik enthousiaste reacties van hen. De sherpa’s zien ons helemaal niet als mensen die hen geen brood op de plank gunnen. Integendeel. In hun ogen zijn wij één van hen. En ik moet toegeven, dat is een geweldig gevoel.

Wanneer grazende yaks in het zicht komen duikt ook plots Lobouche op. Het is er drukker dan we gewend zijn van de afgelopen dagen. Zeker 25 sherpa’s in exact dezelfde rode outfit met een opdruk van “expeditions-iets” geven me de indruk dat ze deel uitmaken van een team dat de Everest himself gaat beklimmen. Ze zitten links en rechts op muurtjes voor de “Mother Earth Lodge” en vormen op deze manier als het ware een haag voor ons. Alsof er dadelijk aan de voordeur van de lodge ook nog bloemen en zoenen aan ons uitgedeeld zullen worden.

Hoewel Lobouche buiten een viertal lodges verder weinig voorstelt, vinden we er in een hutje wel Lobouche’s “best kept secret”. We openen de schurende deur en treffen erachter het gezelligste koffiehuisje van de hele streek aan. Met trots afficheren ze dat ze de hoogst gelegen bakkerij op aarde zijn. We moeten dan ook geen twee keer nadenken om bij onze latte macchiato en warme choco twee kleine chocoladetaartjes te bestellen. De taartjes worden ovenvers gepresenteerd op twee kleine bordjes. Wanneer we onze vorken erin prikken stroomt er een smeuïge, warme chocoladesaus uit. Héérlijk.

Helikopters vliegen af en aan. Voor de zoveelste keer zien we met eigen ogen hoe een hiker in één van de helikopters afgevoerd wordt. Wanneer ik door mijn longontsteking weer in een zoveelste hoestbui schiet, vraagt ook Wim me of we er wel goed aan doen om verder te gaan. De antibioticakuur heb ik ondertussen gedurende vijf dagen volledig op genomen. Maar nog steeds hoest ik onophoudelijk. Om maar te zwijgen over mijn aanhoudend bonzende hoofd. Wim maakt zich duidelijk zorgen. Maar we zijn nog maar één dag – jawel: één dag! – verwijderd van Everest Base Camp en het voelt zo zuur om de handdoek nu nog in de ring te moeten gooien. Ons doel ligt bijna letterlijk binnen handbereik. Ik zeg daarom tegen Wim dat ik wil doorzetten. Het is omdat het nog maar één dag klimmen is dat hij instemt, anders was hij vanavond nog gestart met het uitstippelen van een route terug naar de vallei. Wim verplicht me wel om het zuurstofgehalte in mijn bloed te laten meten. Want hij heeft gelezen dat dat kan hier in de hut. Op deze hoogte zou mijn zuurstofgehalte minstens 70% moeten zijn om door te kunnen gaan. Ik durf bijna niet te kijken naar de display van het toestel. Ik knijp mijn ogen dicht, hou mijn adem in, tel tot drie en doe dan mijn ogen open… 72% zegt het apparaat! Oef…! Dat is maar net op het randje… Dus Everest Base Camp, zet je schrap. Ik kom eraan!

Leave a Comment

Your email address will not be published.