Mount Everest Base Camp Trek, Dag 12: “D-Day”

Het heeft flink geonweerd vannacht en wanneer we ‘s morgens naar buiten kijken zien we dat het onweer gepaard is gegaan met een aanzienlijke laag verse sneeuw. Later zullen we horen dat vannacht tegen een uur of drie een groep de klim aangevat had richting de Island Peak. Bij hun vertrek liepen ze nog onder een open sterrenhemel. Maar anderhalf uur later werden ze omsloten door dikke wolken, die met hun donder en bliksem het hele Himalayagebergte op haar grondvesten deden daveren. Gezien de technisch vrij moeilijke route naar de top, konden ze niet meer voor- of achteruit. Schuilen was ook onmogelijk. Ze moeten er doodsangsten uitgestaan hebben. Toen het onweer een hele tijd later weg trok, zijn ze er gelukkig toch in geslaagd rechtsomkeer te maken. Iedereen is veilig en wel de berg kunnen afdalen. De top hebben ze vanzelfsprekend niet gehaald. Maar dat was wellicht het minste van hun zorgen.

We merken al snel dat de verse sneeuw de nodige stress bij andere hikers veroorzaakt. Ze zijn druk in de weer om allerlei ingenieuze systemen te bedenken om getten te maken. Je weet wel, van die waterdichte halve broekspijpen om over de onderbenen te trekken om je schoenen en broek droog te houden. We horen ze praten over zeil, touwen en tape. We moeten erom lachen. Wij laten de gettengekte voor wat het is, duffelen ons goed in en trekken goedgeluimd dit prachtige sneeuwlandschap in.

Langzaam maar zeker vindt de zon haar weg naar boven. Wanneer ze er uiteindelijk in slaagt om boven de spitse bergtoppen uit te komen doen haar felle ochtendstralen de sneeuwkristallen schitteren als miljoenen kleine diamantjes. We voelen ons bijna schuldig om met onze schoenen sporen te trekken in het wondermooie witte deken dat vreedzaam over het landschap ligt.

Twee sherpa’s met rieten draagmanden lopen een stukje voor ons uit. We zien dat ze grote metalen schotels, enkele potten en ook zware pannen dragen. Net als wij zijn ook zij al vroeg op pad. Ze willen ruimschoots voor hun groep aankomen op de eindbestemming van vandaag, zodat ze voldoende tijd hebben om voor hen een heerlijke maaltijd op tafel te toveren. Ik geef het toe, soms zijn we toch een tikkeltje jaloers op die vijf sterrenformule die de andere wandelaars er hier op na houden.

We lopen lange tijd relatief vlak, maar worden dan toch weer de hoogte in gejaagd. Gelukkig niet zonder beloning in de vorm van fantastische vergezichten. En die vergezichten gaan de hele dag niet meer weg. Achter elke bocht wil ik wel een nieuwe foto trekken.

We moeten ons over de natuurlijke afzetting van de Changri gletsjer worstelen. Zijn morenes torenen in de vorm van stoere ijs- en steenruggen mooi boven het landschap uit. Achter de gletsjer zien we een robuuste wand van minder bekende bergtoppen, die samen een indrukwekkend natuurlijk amfitheater vormen. Het lastige traject, gecombineerd met de steeds ijler wordende lucht, zorgen ervoor dat we twee uur nodig hebben om de schamele vijf kilometer tussen Lobouche en Gorak Shep af te leggen.

Maar tijd is niet belangrijk. Of je er nu één, twee of drie uur over doet, aankomen in Gorak Shep is sowieso bijzonder. Het plaatsje bevindt zich namelijk op een bevroren bedding van een meer. Maar dat is niet eens het meest bijzondere aan deze plek. Gorak Shep is de plaats waar de voormalige Mount Everest Base Camp gevestigd was. De eerste pogingen om de Mount Everest te beklimmen in de jaren vijftig startten hier. Dus historisch gezien, is Gorak Shep misschien nog waardevoller dan het doel waar wij vandaag naar op weg zijn.

We besluiten onze grote rugzakken achter te laten in Gorak Shep. In de plaats nemen we twee kleinere exemplaren mee, die vooral gevuld worden met warme kleding, water en energierepen. Vanavond komen we hier immers terug om te overnachten. In de lodge van Gorak Shep regelt Wim alvast een kamer voor ons, hoewel dit in onze topogids eigenlijk wordt afgeraden. Meerbepaald vanwege het feit dat het in Gorak Shep “notoriously cold” kan zijn, volgens Kev Reynolds, auteur van het boek. We vertrouwen er echter op dat onze nieuwe expeditieslaapzakken niet teleur zullen stellen en slaan het advies van Reynolds in de wind. Het is inmiddels 9h30. Een mooi uur om wat spaghetti met tomatensaus en kaas naar binnen te werken. We bestellen ons allebei een bordje pasta, wat ons moet helpen om deze namiddag Everest Base Camp te bereiken.

Het lichtere gewicht op de rug stapt heerlijk comfortabel. Even nadat we Gorak Shep achter ons hebben gelaten, springt me het bekende geel-rode bord met de opdruk “Way to Everest Base Camp” in het oog. Ik krijg instant kippevel. Al de hele dag loopt mijn lichaam op automatische piloot. Het lijkt wel alsof ik vanmorgen een knop heb omgedraaid, die al mijn gedachten en gevoelens op nul heeft gezet. Maar hier…, bij dit roemrijke bord, wordt de knop plots weer aangezet. Ineens lopen mijn hart en hoofd over van emoties, die ik de hele dag heb proberen weg te steken. Ik weet er geen blijf mee. En ik verstar. Met een blik vol ongeloof kijk ik in de lens, terwijl Wim de obligatoire selfie trekt.

Onze topogids tekent opnieuw een belangrijke waarschuwing op. Bij recente sneeuwval zou het vinden van de route naar Everest Base Camp bijzonder lastig zijn. Kev Reynolds schrijft zelfs kortweg: “forget it”. Maar net voordat paniek me om het hart slaat, zien we dat al een aantal mensen ons voor zijn gegaan. Het lukt ons daarom prima om ons te oriënteren op hun voetafdrukken.

Links van ons lopen we voorbij de Kala PattharKala Patthar is Nepalees voor “zwarte rots”. Het is de naam van een opmerkelijke bergtop op de zuidflank van de Pumori. Toen op 25 april 2015 Nepal getroffen werd door een enorme aardbeving, veroorzaakte dit een reusachtige lawine op de Pumori. Een waanzinnige sneeuwmassa zocht zich een weg naar beneden en veegde heel Everest Base Camp van de kaart. Er waren niet minder dan negentien doden te betreuren. Tijdens onze vele gesprekken met “locals” op onze route, blijkt dat de aardbeving nog steeds vers in het geheugen ligt. Zelfs vandaag nog likt men hier de wonden van wat wellicht de grootste natuurramp ooit was in Nepal.

Terwijl we ons langzaam verder een weg naar boven banen laten we ons overdonderen door de hoge uitstekende ijspieken op de Khumbu gletsjer, die zich uitstrekt aan onze rechterzijde. Het klimmen op deze hoogte is loodzwaar. Dat de ondergrond hier constant in beweging is, merken we aan de vreemde kronkels die het pad hier en daar maakt. En na de laatste kronkel is het daar plots…

Al twaalf dagen zijn we hiernaar onderweg. Iedere stap hebben we gezet met maar één doel voor ogen. En nu – zoveel dagen later – ligt het opeens recht voor ons. In de verte zie ik hoe de typische gele tentjes van Everest Base Camp als kleine stippen tegen de gletsjer plakken. Nooit eerder was een gele stip zo mooi…

Je zou denken dat je op zo’n moment vleugels krijgt en het laatste half uur op wolkjes loopt. Maar de Everest zou de Everest niet zijn, als hij ook de laatste meters niet onwaarschijnlijk zwaar zou maken. Het verhaal van een dame die hier, vlak voor de eindstreep, geëvacueerd moest worden spookt door mijn hoofd. Overmand door emoties krijg ik alleen maar minder lucht…

Wanneer een half uur later de gele stippen uiteindelijk levensgrote tenten geworden zijn, scheiden nog maar enkele meters mij van Everest Base Camp. Het besef sijpelt langzaam binnen… Het was één van de zwaarste bergtochten uit mijn leven. En dat vooral door mijn longontsteking en die onophoudelijke barstende hoofdpijn. Om nog maar te zwijgen over de verminderde eetlust, de misselijkheid, de extreme verkoudheid, de diarree en de keelpijn waarmee ik te kampen kreeg. Conditioneel gezien heb ik er waarschijnlijk nog nooit zo goed voor gestaan als nu. De tocht zelf kon ik dan ook fysiek prima verteren. Maar door mijn medische toestand werd het plots een enorme beproeving. Niet enkel voor mij. Maar ook voor Wim. Want meer dan eens heeft hij me deze keer in een staat gezien dat opgeven wellicht de beste keuze was. Maar hij is nooit gestopt met me te steunen. Het is dan ook dankzij Wim en zijn goede zorgen onderweg, dat ik hier vandaag sta. Op – jawel – Everest Base Camp

Bij mijn laatste stap breekt er iets in me. Tranen rollen over mijn wangen. Ik kijk naar de grond. Daarna naar de hemel. Ik kan het niet geloven…

Ik steek mijn armen in de lucht. Niet als overwinningskreet. Maar om het landschap te omarmen.

Ik wil de woeste natuur omarmen, die me tot uitersten heeft gedreven.

Ik wil de sneeuw omarmen, die me geleerd heeft wat echte koude is.

En ik wil de Mount Everest omarmen.

Mijn beste vriend…

En grootste vijand.

 

 

Leave a Comment

Your email address will not be published.