Mount Everest Base Camp Trek, Dag 14: Pangboche – Namche Bazar

Zoals verwacht hebben we heerlijk geslapen. Dat kan ook niet anders na zo’n prachtige avond in een nog prachtiger gezelschap. Terwijl onze gastvrouw gisterenavond in de potten en pannen stond te roeren om ons van een heerlijk avondmaal te voorzien, zette een stokoud vrouwtje twee stoelen naast de kachel. We waren de enige gasten en ze gebaarde dat we bij haar moesten komen zitten. Ze sprak geen woord Engels. Het vrouwtje was piepklein en had een kromme rug. Toch koos ze voor zichzelf de meest oncomfortabele zitplaats: een rond bamboe krukje van nog geen dertig centimeter hoog, dat tot de naad versleten was. Het had geen zin om haar voor te stellen om op één van onze stoelen te gaan zitten, want het was van haar hele gezicht af te lezen dat ze bijzonder gehecht was aan dat pietluttige krukje van haar. Ze probeerde de kachel aan te wakkeren en brak met haar blote handen grote stukken yak-kaka in brandbare brokken. Ze overgoot alles met een soort spiritus en zette er dan als een volleerde “firestarter” de vlam in. Ze glimlachte en giechelde voortdurend naar ons en probeerde met gebaren vanalles tegen ons te vertellen. Ze maakte daarbij grappige kreunende en puffende geluidjes. Wij gebaarden zonder woorden terug en barstten bij dit ondermaatse toneelspel van ons meer dan eens in lachen uit.

We “praatten” over de vreselijke koude. En dat het straks vast veel warmer zou worden dankzij de kachel. Maar dat werd het uiteindelijk niet. Want onze “firestarter” slaagde er niet in om de kachel brandende te houden. De laaghangende mist zat daar vast voor iets tussen, want de schouw weigerde dienst en trok niet. Maar ons lieve omaatje gaf zich niet zomaar gewonnen. Ze gooide nog een hele zak yak-uitwerpselen in de kachel en was deze keer allesbehalve zuinig met de spiritus. Vastberaden knikte ze dat het deze keer wel zou lukken. Maar opnieuw bleef de kachel koud. Lichtjes gefrustreerd ging ze hulp inroepen van haar zoon. Maar net wanneer ze tot bij de deur gestrompeld was zei de kachel “woef” en werd ze dan toch heerlijk warm. Ons juij-geroep en welgemeend applausje werd in dank afgenomen. Ons omaatje glunderde vol trots en nam met een brede glimlach terug plaats op haar krukje.

Wanneer onze gastvrouw met het eten aan kwam draven, wilden we opnieuw in juij-geroep en applaus uitbarsten. Het zag er heerlijk uit. Wat een keukenprinses! Samen met haar man installeerde ze zich bij ons aan de kachel. Ondertussen was er ook nog een  Zwitser aan komen waaien, die net als wij de nacht hier wou doorbrengen. Hij zette een extra stoel bij de kachel en legde zijn handschoenen op het krukje van oma. Wanneer oma dat even later in de gaten kreeg, keek ze beteuterd. De Zwitser had meteen begrepen dat hij een grote fout gemaakt had en excuseerde zich in duizend talen. Ik had moeite mijn lach in te houden en verslikte me net niet in mijn eten.

Dat deed ik wel toen ik vernam dat de eigenaar van de lodge de Mount Everest wel twaalf keer succesvol beklommen had. Twaalf keer! In totaal waagde hij zich zelfs vijftien keer aan ’s werelds hoogste. Drie keer haalde hij de top niet. Vol bewondering keken we naar de foto’s die tegen de muur hingen. Van elke westerling die hij als sherpa tot de top begeleidde, herinnerde hij zich nog de naam en nationaliteit. Hij was zichtbaar trots op zijn indrukwekkende Everest cv. En als het aan hem lag, zou die cv zelfs nog een aantal pagina’s langer geweest zijn. Maar tegenwoordig klimt hij niet meer. Gestopt toen hij zijn vrouw leerde kennen, legde hij uit terwijl hij naar haar gebaarde en zijn arm rond haar schouders legde. Ze glimlachte verlegen en streelde met haar hand over zijn been. “Veel te gevaarlijk”, zei ze, waarop hij stoer zijn schouders ophaalde.

We waagden ons voor de eerste keer in bijna twee weken opnieuw aan alcohol. Ons glaasje bier en wijn werden vergezeld met een schaaltje huisgemaakte garnalenkroepoek, dat collegiaal rond gegeven werd. Rond de kachel werden wel honderden heldenverhalen verteld. Vooral de Zwitser was goed op dreef. En hoewel sommige van zijn verhalen eerder op legendes en mythes leken, hingen we toch aan zijn lippen. Het was een zonderling, die Zwitser. In het echte leven was hij een fysiotherapeut. Maar hier droeg hij een kapotte jas die met tape aan elkaar gehecht was. Hij kwam wat zweverig en dromerig over. Zijn verhalen waren ongestructureerd en onsamenhangend. Hoewel we thuis wellicht nooit een klik zouden hebben met deze vreemde man, waren we nu erg dankbaar dat we hem ontmoet hadden. En dat vindt hij blijkbaar ook. Want het afscheid vanmorgen is bijzonder hartelijk en warm. Wanneer we elkaar de handen schudden, laat hij deze nog ternauwernood los. Hij loopt ons zelfs nog twee keer achterna wanneer we aanstalten maken om te vertrekken. Bij de derde en laatste handdruk nemen we definitief afscheid en starten we aan onze voorlaatste dag van dit onvergetelijke avontuur.

Rond de tempel die vlak bij de lodge gelegen is, liggen enkele wilde honden te luieren. Ze verroeren geen vin wanneer we hen met onze grote rugzakken passeren. Het is even zoeken om weer op het pad te geraken. Enkele Nepalezen die buiten aan het werk zijn zien de aarzeling in onze ogen en wijzen ons spontaan de juiste richting uit.

We hebben een lange afdaling voor de boeg. Wanneer we aan het einde van de afdaling aanbeland zijn, moeten we onze vergunning opnieuw laten zien aan een soldaat. Terwijl Wim alle formaliteiten netjes vervult, probeer ik in het dikke handgeschreven boek van de militair te kijken wat hij allemaal opschrijft. Ik geraak er niet wijs uit. Hij pent alles neer in het Nepalees.

Vanaf dit punt moeten we weer een dik uur klimmen. We trakteren ons op een boterham met gebakken ei in het primitieve barretje dat langs het hutje van de soldaat staat. We zien een vrouw die op haar eentje met een sherpa onderweg is. We vermoeden dat ze is moeten terugkeren omwille van hoogteziekte en dat deze sherpa haar terug veilig naar beneden begeleidt. De dame in kwestie heeft flink wat noten op haar zang. Haar sherpa moet voor haar van hot naar her vliegen. En hij is dat gedrag kennelijk meer dan beu. Op een gegeven moment maakt hij een sarcastische opmerking, die de dame maar met mate weet te smaken. Wij des te meer en dat maken we met een glimlach en knipoog ook duidelijk aan de sherpa. Wanneer we hem met zijn slavendrijver achter laten in de bar wensen we hem luidop veel sterkte. Hij draait met zijn ogen en lacht. De vrouw snapt er (gelukkig?) niets van.

Ik voel me opgetogen dat we weer gaan klimmen. Hoewel ik er altijd met een klein hartje aan begin – je weet immers dat het pijn gaat doen – doe ik het toch veel liever dan dalen. Elke klim is een uitdaging. Een beproeving voor je lichaam. Dus ook deze keer weer wil ik mijn lichaam testen. Een heel eind verderop zie ik voor me een vrouw met een kleine rugzak aan een mooi tempo klimmen. Achter mij zucht Wim. Hij heeft al snel door dat ik in mijn hoofd weer een competitie aangegaan ben met deze vrouw. Ik moet en zal voor haar op de top staan. Ik sleur, trek en duw om de afstand tussen ons te verkleinen. Het zweet sijpelt langs mijn voorhoofd naar beneden. Wat wil ik eigenlijk toch bewijzen…? Deze onofficiële wedstrijd slaat natuurlijk volstrekt nergens op. Maar toch voel ik me in mijn nopjes wanneer ik als eerste de top bereik. Wim moet lachen. “Typisch”, zegt hij.

We volgen een smal pad terug naar beneden. Het tempo zit er goed in. Twee mannen met lege draagmanden steken ons voorbij. Hun tempo ligt nog hoger dan dat van ons. Ze zijn net als wij op weg naar Namche Bazar. Onze gastvrouw van gisteren vertelde dat het markt is in Namche Bazar en dat trekt mensen van heinde en ver aan. Het is zo moeilijk voor te stellen dat de lokale bevolking hier elke week minstens twee dagen moet stappen om wat groenten en fruit te kopen op de markt. Waar wij wonen, worden de boodschappen tegenwoordig al thuis geleverd. Terwijl de winkel op nog geen 2 kilometer afstand ligt…! Wat zijn wij toch verwend. Of lui. Vul zelf maar in.

Net voor Namche Bazar besluiten we nog een biertje te drinken in een lodge, die op een prachtige verdoken locatie in het bos ligt. De eigenaar van de lodge is precies blij met ons bezoek, want hij nodigt zichzelf gelijk aan ons tafeltje uit. Hoewel onze reis zo goed als ten einde is, waarschuwt hij ons voor dieven. Blijkbaar worden er ’s nachts wel eens schoenen en ander materiaal uit de voortent van hikers gestolen. We kijken ervan op. Want we hebben ons de afgelopen twee weken eigenlijk steeds heel veilig gevoeld.

We nemen afscheid en vatten het laatste wandel-uur van de dag aan. We voelen het biertje meteen in onze benen. Maar het deert ons niet, want we zijn goed geluimd. Wanneer Namche Bazar  aan de horizon verschijnt, halen we herinneringen aan onze tocht op. We beseffen dat we een prachtig leven hebben. En prijzen ons gelukkig dat we dit allemaal samen kunnen doen. Het is nog een volledige dag wandelen vooraleer onze tocht ten einde is, maar we beginnen nu alweer luidop te dromen over ons volgende avontuur…

Leave a Comment

Your email address will not be published.