Mount Everest Base Camp Trek, Dag 5: Phortse Tenga – Dole

Wanneer we opstaan heeft er precies al een heel religieus ritueel plaatsgevonden in de eetkamer, want er hangt een doordringende geur van wierook. Het dochtertje des huizes dat ons gisteren enkele Nepalese woorden leerde, verwelkomt ons op het ritme van haar zelfgemaakte cimbalen uit twee lege tonijnblikjes. Het is een allerschattigst meisje met bolle paars-rode wangetjes en een staartje dat goed verstopt zit onder een feloranje muts.

Wanneer we willen vertrekken is de eigenaar van de lodge hindoeïstische gebeden aan het zingen. Zoals het hier gebruikelijk is, vouwen we onze handen tegen elkaar, buigen we het hoofd en nemen we vriendelijk afscheid. Bij het kleine wasbakje buiten poetsen we nog snel onze tanden. Vooraleer het pad ons verder bergopwaarts voert trek ik nog een foto van de eenzame lodge, die verscholen tussen de bergen de complete alleenheerschappij heeft over het prachtige uitzicht.

Het pad stijgt meteen behoorlijk steil doorheen een kleurrijk rhododendronbos. Het is ijskoud, maar de zon schittert aan een strakblauwe hemel. We laten ons opnieuw verbazen door de fraaie bergen, die bescheiden in hun grootsheid roerloos in het landschap staan. Op het fluiten van enkele vogels na, is alles muisstil. In het dal stroomt een rivier. Maar we zijn te hoog om het ruisen te kunnen horen.

Het landschap omarmt me. De rozerode struiken en de witgrijze bergen sluiten zich als een warme jas rondom me heen. Alsof ze me een mentale opsteker willen geven, gezien mijn gezondheid in een neerwaartse spiraal is terecht gekomen. Ik geef het niet graag toe, maar het hoesten doet bijna ondraaglijk veel pijn, tot diep in mijn longen. Ik voel dat ik onvoldoende zuurstof naar binnen krijg, waardoor mijn energiepeil zorgwekkend laag is. Op pure wilskracht klim ik stapje voor stapje hogerop.

Voorbij een waterval klimmen we over een kale en zanderige bergrug tot een mooi uitzichtspunt. We besluiten er een iets langere pauze te nemen.

Ik voel me aangesterkt en na de deugddoende pauze lukt het me om in één trek door te klimmen tot Dole.

In het dorpje worden we meteen verwelkomd door een vriendelijke dame. Ze stelt voor dat we in haar lodge overnachten. Ze biedt ons buiten twee stoeltjes aan waarop we even op adem kunnen komen van de klim. Ze serveert ons thee. Onder mijn zonnebril sluit ik ongemerkt mijn ogen… De gevoelstemperatuur is hier een pak lager dan we de afgelopen dagen gewend zijn. Het zonnetje dat op mijn neus en wangen schijnt – de enige niet warm ingepakte lichaamsdelen – voelt heerlijk. Heel even dommel ik in. Zálig…

De vrouw van de lodge heeft mijn zware hoest gehoord en geeft allerlei tips om me te verzorgen. Wanneer de mist komt opzetten, stelt Wim voor dat ik platte rust houd. Hij heeft gelijk. Het gaat helemaal niet zo goed met die longen van me en wat extra slaap zal zeker geen kwaad doen.

Wanneer Wim me enkele uren later komt wekken voor het avondeten, voel ik me nog steeds behoorlijk belabberd. Het is dan ook met lange tanden dat ik het eten naar binnen speel. Zowel Wim als ikzelf beginnen stilaan schrik te krijgen dat het duivelse hoogteziektemonster mij te pakken heeft gekregen. Want ook mijn hoofd staat ondertussen op ontploffen.

Morgen komen we aan in Machhermo. We hebben gelezen dat daar een “rescue post” is ingericht, die in eerste instantie bedoeld is om zieke of gekwetste sherpa’s te helpen. Maar ook passerende hikers met symptomen van hoogteziekte kunnen er terecht. We spreken af dat ik me morgen laat onderzoeken, want het is overduidelijk dat ik zonder medicatie – of op z’n minst medisch advies – echt niet verder kan. Met toch wat zorgen aan ons hoofd kruipen we al vroeg onder de wol. Hopelijk krijgen we morgen goed nieuws…

Leave a Comment

Your email address will not be published.