Mount Everest Base Camp Trek, Dag 8: Machhermo – Gokyo

Ik krijg meelijwekkende blikken van andere hikers wanneer ze me ‘s morgens naar het primitieve Franse toilethokje zien gaan. Niet omwille van de gebrekkige hygiëne in dat hokje – dat zijn we inmiddels wel gewend – maar wel omdat ze iemand vannacht voortdurend hebben horen kuchen om daarna te gaan overgeven op het toilet. En overgeven op deze hoogte is vrijwel voor 99% zekerheid een streep door de rekening en “terug naar start”. Ik sta hier ondertussen inderdaad bekend als de zwaar kuchende jongedame, maar deze keer was het toch iemand anders. Ik heb mijn Nepalese noedels prima binnen kunnen houden vannacht en ze vanmorgen naar goede gewoonte in de vorm van diarree weer netjes achtergelaten. Ik voel me met andere woorden redelijk in orde en we besluiten dan ook de tocht richting Gokyo aan te vatten.

Gisterenavond heeft het licht gesneeuwd en de vrieskou van vannacht heeft ervoor gezorgd dat de vers gewassen broek van één van de andere hikers zonder die hiker erin op zichzelf recht kan staan. Gewapend met muts en handschoenen maken we ons klaar voor een nieuwe wandeldag. Een grazende yak wuift ons uit, wanneer we Machhermo buiten wandelen.

Het pad stijgt snel. Onder een blauwe hemel klimmen we naar één van de mooiste uitzichtpunten tot dusver. We geven onze ogen de kost en genieten met volle teugen.

Op het hoogste punt wappert een witte Tibetaanse gebedsvlag in de wind. De lokale bevolking gelooft dat bij het wapperen in de wind de gebeden en mantra’s die op de vlag gedrukt staan opstijgen naar de goden. Het zou geluk brengen aan de persoon die de vlag heeft opgehangen en aan zijn familie, vrienden en zelfs vijanden.

De eerste reddingshelikopter van de dag is ook al vroeg uit de veren en lijkt net als wij op weg te zijn naar Gokyo. We zijn ondertussen zo hoog dat de helikopter lager vliegt dan wij. Het is een gek gezicht.

Even wordt het pad een stuk eenvoudiger te bewandelen. We flirten een hele tijd met dezelfde hoogtemeters. In de verte zien we een bergkammetje dat we over moeten. Wanneer we op de top zijn gaan we er even bij zitten.

Het pad wordt wat ruwer. Zachtjes klimmend voert het ons naar de plek waar de Dudh Kosi haar oorsprong vindt. Op het einde zorgen enkele rotsige trapjes opnieuw voor ademgesnak. Een vrouwelijke hiker met blijkbaar goede connecties heeft voor zichzelf een paard geregeld. Waarschijnlijk heeft ze het fysiek wat te zwaar of misschien is ze wel geblesseerd. Veel rijervaring lijkt ze in elk geval niet te hebben, want ze zit er enigszins knullig op. Haar Nepalese begeleider te voet heeft dat ook in de gaten en laat haar bij de trapjes toch maar even afstijgen. Arme vrouw, het steilste stuk moet ze dan toch nog op eigen krachten doen.

Boven komen we bij een prachtig azuurblauw meertje uit. Onze rugzakken gaan even af en we eten elk twee stukken chocolade. Wim krijgt last van migraine. Een aandoening waar hij normaal misschien eens om de twee jaar last van heeft. Zijn migraine gaat steeds gepaard met het zien van een aura. Ongeveer 25% van alle mensen die migraine hebben zitten in hetzelfde schuitje als Wim en krijgen ook dat aura te zien. Wim omschrijft het als een soort van blinde vlek die voor zijn gezichtsveld schuift. Wellicht is zijn migraine getriggerd door de ijle lucht op deze hoogte, gezien migraine optreedt door een vernauwing van de bloedvaten in de hersenen. Ik loop voorop en Wim probeert met zijn ogen mijn voeten te volgen. Het lastige is immers dat het net zijn focusgebied is, dat wazig wordt. Mijn voeten bengelen daar net onder, dus op deze manier kan hij zich nog min of meer oriënteren. We staan ervan versteld hoeveel deze tocht nu al fysiek van onze lichamen geëist heeft. Nooit eerder werden we ziek op onze ontelbare voorgaande tochten. En nu krijgen we precies alles op een hoop.

We komen aan bij een tweede meertje dat nog mooier is dan het eerste. Het water is zo helder als kristal. Mocht het niet zo koud zijn op deze hoogte, zou ik hier ongetwijfeld mijn kleren uitspelen en een heerlijk frisse duik nemen. Dit is de natuur in haar puurste vorm. Wat een voorrecht dat we dit met eigen ogen mogen aanschouwen.

Niet veel later komen we aan bij een derde meertje. Het is aan deze plas dat Gokyo ligt en we onze eindbestemming voor de dag gehaald hebben.

De migraine van Wim is gelukkig weer over en we gaan op zoek naar een plaats om te overnachten. De “Fitz Roy lodge” was ons aanbevolen en we merken inderdaad dat dit één van de meer luxueuze lodges op de tocht moet zijn. Toch laten we hem links liggen. We kiezen voor de “Lake Side Lodge”. Een naam die veel tropischer aandoet dan het onderkomen in werkelijkheid is. De lodge is extreem primitief en wordt open gehouden door een koppel op leeftijd. De ramen op de kamers hebben spleten waar een yeti gemakkelijk zijn hoofd door zou kunnen steken. Wetende dat het hier vannacht weer flink onder nul zal gaan, belooft dit alvast voor straks. Maar het is rustig en heerlijk authentiek. Zo rustig zelfs, dat de uitbaters gezellig languit langs je liggen te slapen, terwijl je van je theetje geniet. Heerlijk toch? In een meer ongedwongen sfeer kan je volgens mij echt niet zitten.

Leave a Comment

Your email address will not be published.