Mount Everest Base Camp Trek, Dag 9: Gokyo – Dragnag

Wim staat al om 3h15 op. Hij wil de Gokyo Ri beklimmen en boven op de top de zonsopkomst aanschouwen. Gisteren had ik aan Wim moeten beloven dat ik niet mee zou gaan als ik ’s morgens nog steeds hoofdpijn zou hebben. En je raadt het al. Mijn hoofd staat nog steeds op ontploffen. Het is geen goed idee om mee te gaan. Ik draai me dus nog eens om onder de dekens, om nog een paar uurtjes te kuchen, snotteren en kreunen van de hoofdpijn. Om de slaap te kunnen vatten trakteer ik mezelf op de zoveelste paracetamol.

Ondertussen steekt Wim zich in zijn warmste kleren. Het is nog donker buiten, dus hij zet zijn hoofdlamp op. De sterrenhemel is indrukwekkend. Aan het einde van het meer begint de klim. En die blijkt behoorlijk pittig te zijn. Aan de voet van de berg is er een handvol paadjes, die allemaal hun eigen weg naar boven banen. Uiteindelijk komen ze als een delta samen tot één pad, dat heel steil zigzagsgewijs verder naar boven klimt.

Onderweg stopt Wim even om wat te drinken. Maar dat valt tegen. Het water in zijn drinkfles is bevroren. Ik hoef je niet uit te leggen hoe koud het hier is…

Wanneer hij na een tweetal uur klimmen uiteindelijk de top bereikt is de beloning elke inspanning meer dan waard. Hij staat helemaal alleen op één van de mooiste bergtoppen uit de streek.

In alle rust aanschouwt hij het ontwaken van de wereld. De zon is ondertussen al op, maar ze is nog druk bezig met klimmen. Een klein half uurtje later staat ze op het punt om haar stralen over de hoogste bergen op aarde heen te werpen. En drama queen als de zon is, hangt ze daar natuurlijk een heel theater aan op. Heel even lijkt het alsof de wereld stopt met draaien. Alles is muisstil. Zelfs de zon houdt haar adem in. En dan gebeurt het… Als een felle gouden bliksemschicht schieten de zonnestralen recht langs de Mount Everest af om zich een weg te banen tot de Gokyo Ri. Hoe grotesk de Mount Everest ook moge zijn, op dit moment is de zon heer en meester over het Himalaya gebergte. Doordat de zon precies op de plaats waar de Everest staat opkomt, is de volledige bergtop onzichtbaar geworden en zie je in de plaats van de Everest enkel een schitterende vuurbal die met haar felle stralen de hele vallei verblindt. Veel symbolischer als dit wordt het vast niet…

Wanneer de Everest terug haar plaats in het landschap opeist en de zon nóg hogere oorden opzoekt, daalt Wim opnieuw af.

 

Zo’n drie uur na zijn vertrek, staat hij opnieuw aan mijn ziekenbed. En ik moet toegeven, ik ben jaloers. En geen klein beetje. Normaal ben ik het die voor zulke zaken staat te springen. Normaal ben ik het die zich van die zotte ideeën in het hoofd haalt om in het midden van de nacht een berg te gaan beklimmen. Maar deze keer moet ik het allemaal aan mij voorbij laten gaan. Mijn lichaam denkt er gewoonweg anders over en er is vrij weinig dat ik daar tegenin kan brengen.

Na een eenvoudig ontbijtje vatten we samen de route naar Dragnag aan. Om daar te geraken moeten we de Ngozumpa gletsjer over. We laten Gokyo achter ons, maar niet voordat ik onze snurkende, maar lieve gastvrouw een dikke afscheidsknuffel gegeven heb.

We klimmen meteen redelijk steil omhoog richting de bergkuip die al eeuwenlang de bodem vormt voor deze impressionante gletsjer.

Wanneer we zicht krijgen op de gletsjer zien we dat ze bedekt is met veel sneeuw- en steenpuin. Dat de gletsjer in constante beweging is, bewijzen de vallende stenen boven ons.

Om van de ene naar de andere kant te geraken, kronkelen we van links naar rechts en van boven naar onder. Een recht pad over deze gletsjer trekken is volstrekt onmogelijk. De gletsjer is immens groot en bijzonder indrukwekkend. Halverwege gaan we er even bij liggen. Ik laat mijn schouders en hoofd rusten op mijn rugzak. Ik lig heerlijk comfortabel en geniet van het zonnetje op mijn gezicht. Koud is het natuurlijk wel, maar de zonnestralen geven net voldoende warmte om me even het idee te geven dat ik op het strand van één of ander subtropisch eiland lig. We eten een energiereep en ik doe er naar goede gewoonte nog een pijnstiller of twee bij. Als die kop van mij nu toch eens zou stoppen met bonzen!

Verderop komen we bij een prachtig meer uit. De imposant hoge ijslaag van de gletsjer verzinkt diep in het water. Continu horen we verschuivingen van steen en ijs. Grote stukken ijs breken geregeld af en duiken met een luide plons in het meer.

Een laatste klim brengt ons tot een onbeschrijfelijk mooi 360° uitzichtpunt. Wanneer we achterom kijken zijn we onder de indruk van de uitgestrekte gletsjer, die we zonet overgestoken zijn. Een mens zou hier een leven lang naar kunnen blijven kijken.

Na verloop van tijd kiezen we er toch maar voor om ons pad verder te zetten naar Dragnag. Zittend op een muurtje ontvangt een man ons daar, alsof hij ons al de hele dag verwachtte. We krijgen gratis en voor niets een kamer in zijn lodge als we bij hem een maaltijd bestellen. Nog voor we goed en wel geantwoord hebben staan onze rugzakken al in een kamer, die er uitziet zoals elke kamer in elke lodge er hier uitziet: piepklein, twee bedden met een plank en wat mousse erop, één lampje, geen stopcontact, geen verwarming, meer spleten dan raam en een kledinghaakje tegen de muur.

Maar in plaats van te klagen over de vrij rudimentaire omstandigheden in onze honeymoon suite, hebben we vooral veel respect voor de plaatselijke bevolking. Elke dag opnieuw staan we er weer versteld van met hoe weinig de mensen het hier moeten stellen. De zaken die wij thuis als de normaalste basisbehoefte beschouwen, is hier onbetaalbare luxe. Hoe vanzelfsprekend vinden wij het bijvoorbeeld niet dat er elektriciteit is? Het steevast ontbreken van stopcontacten op de kamers is natuurlijk niet toevallig. De enige energie die men hier heeft, wint men uit enkele kleine zonnepanelen. En gezien de zon hier vrijwel elke namiddag het onderspit moet delven tegen de dikke mist, vallen de meeste lodges dagelijks zonder elektriciteit. Het lichtknopje van dat ene lampje op de kamer werkt met andere woorden vaker niet dan wel.

Of hoe vanzelfsprekend vinden wij het niet dat het steeds heerlijk warm is in huis? De temperaturen liggen hier tussen de -5°C en -15°C, maar een verwarming is er niet. In elke lodge staat er welgeteld één kachel, die steeds in het midden van het gebouw opgesteld staat. Die gaat meestal maar pas aan tegen een uur of vijf ’s avonds. En dat is, àls ze al aangemaakt wordt. Want ook hetgeen wat gebruikt wordt om de kachels aan te maken is schaars. En dan heb ik het niet over hout. In het hele Sagarmatha Nationaal Park is houtkap immers streng verboden. Dat is logisch, gezien op deze onvruchtbare plek een boom minstens drie keer zoveel tijd nodig heeft om te groeien. Daarom gebruikt men – hoe zeg ik het netjes – yakpoep, om de kachel aan te maken. Eerlijk waar… Elke avond warmen wij onze handen aan een kachel die brandt op de uitwerpselen van yaks. Voor en tussen de huizen zie je dan ook grote stapels van het goedje liggen, dat er gedroogd wordt om uiteindelijk in de kachel te belanden. Er komt een heel specifieke, indringende geur van af. Niet meteen de geur van poep, zoals je misschien wel zou verwachten. Maar het ruikt eerder chemisch en de dampen prikkelen de luchtwegen en de ogen.

Maar die primitiviteit heeft ook iets gemoedelijk. Elke avond worden er stoelen rond de kachel gezet, en neemt iedereen er gezellig plaats. Bovenop de kachel staat een reusachtige ketel, waarin het water opgewarmd wordt voor de thee die we met z’n allen drinken. Er worden – al dan niet aangedikte – verhalen verteld over gebeurtenissen op de tocht, over wie ziek is en heeft moeten opgeven, over de lastigste passages, over de koudste nachten en over de man die enkele dagen geleden helaas het leven heeft gelaten op de trail. Het wordt even stil… Het besef dringt langzaam bij iedereen door dat het ons allemaal zou kunnen overkomen. Hier. Thuis. Overal… Reden des te meer om het leven met beide handen vast te grijpen en om morgen extra te genieten van al het moois dat op ons pad komt.

Leave a Comment

Your email address will not be published.