Mount Everest Base Camp Trek, Day 6: Dole – Machhermo

We geven een handvol zakjes oploskoffie aan de vrouw van de lodge, die ons gisteren zo’n lief advies gaf. Koffie is niet goed tegen hoogteziekte, dus waarom die zakjes nog mee slepen? En de arme bevolking hier is er blij mee. Ze geeft ons de contactgegevens van een andere lodge in Machhermo en voegt eraan toe dat zij me zeker zullen helpen als ik moet geëvacueerd worden naar het ziekenhuis. Maar laat ons hopen dat het zo ver niet hoeft te komen.

Wanneer we vertrekken loopt ze ons nog even bezorgd achterna. Ze wil me warm water meegeven. En zout. Want dat zou helpen tegen de keelontsteking. We bedanken haar, nemen afscheid en banen ons een weg door een dik wolkenpak. De dichte mist hangt een bijna ondoordringbare sluier over het landschap. Het geeft het landschap iets onheilspellends. Alsof het ons wil waarschuwen voor de gruwelijke taferelen die we straks achter het wolkengordijn zullen aantreffen.

Maar wanneer een uurtje later de mist voorzichtig optrekt, blijken die taferelen prima mee te vallen. Van achter de wolken komt een mooi glooiend landschap piepen. De besneeuwde bergtoppen houden zich het langst voor ons verborgen, maar het zal niet lang meer duren tot ook zij zich in volle glorie laten zien.

Nog even duiken we een klein bosje in, alvorens definitief boven de bomenlijn uit te komen. Meer en meer krijgen we het gevoel dat we naar het spreekwoordelijke dak van de wereld aan het klimmen zijn. Al het groen, al het leven laten we achter ons. We ruilen het vruchtbare natuurschoon in voor schrale bergen met dor gras. Ze zijn de voorbode voor het rotsige sneeuwlandschap dat we straks zullen moeten doorkruisen.

We klimmen ons gestaag een weg naar boven tot we op een wondermooi pad boven de Dudh Kosi uitkomen. Voor de Lommelse lezers is Dudh Kosi vast geen onbekende naam. Een lokaal outdoorbedrijfje draagt immers dezelfde naam. Het is daarnaast ook de naam van een rivier, die letterlijk vertaald “melkrivier” betekent. Die naam dankt de rivier aan het feit dat ze gekenmerkt wordt door snelstromend, bruisend wit water.

De Dudh Kosi ontspringt uit de Ngozumpa gletsjer, die we binnen enkele dagen over moeten. Het woeste witte karakter van de rivier, gecombineerd met het feit dat de Dudh Kosi de hoogste rivier ter wereld is, maakt dat echte outdoorfanaten ervan dromen om haar met een kajak te bedwingen. Een zestienkoppig team waagde zich in 1973 dan ook vol goede moed aan de allereerste afdaling van de rivier per kajak. Ze hadden niet minder dan 110 sherpa’s nodig om al hun materiaal tot Pheriche (4243m) te brengen, waar hun afvaart begon. Twee maanden later kwamen ze 126 kilometer verder succesvol aan in Sun Kosi.

In het dorpje Luza wijst een inwoner ons op het feit dat we fout lopen. Hij zet ons snel weer op het juiste pad, waarna we een korte pauze houden alvorens het laatste stuk tot Machhermo aan te vatten. En dat laatste stuk hakt er weer flink in bij mij. Ik krijg geen zuurstof in mijn longen gepompt en elke stap voelt als een halve marathon. Wanneer ik het dorp na een heuveltop in een klein dalletje zie liggen voel ik me dan ook echt opgelucht.

Wanneer we uiteindelijk aankomen in Machhermo is het recht naar de “rescue post” geblazen. Dat blijkt nog een stukje wandelen te zijn. Onderweg komen we een Tibetaanse sneeuwhaan tegen.

Een metalen hut met een groot rood kruis erop geschilderd doet dienst als artsenpraktijk op grote hoogte. Iemand laat ons binnen, zodat we niet buiten in de ijzige wind moeten wachten. Al kan binnen de muts ook niet af, want ook hier is het berekoud! De dokters zijn gaan wandelen en niemand weet precies wanneer ze terug zullen zijn. Een Zwitsers meisje zit al meer dan een uur te wachten blijkbaar. Drie kwartier later zijn de dokters echter uitgewandeld en zijn ze één en al oor voor ons. De Zwitserse blijkt een lichte vorm van hoogteziekte te hebben en wordt aangeraden om vandaag of morgen af te dalen. Dan ben ik aan de beurt…

Ik word volledig onderzocht met de primitieve toestellen die hier voorhanden zijn. De keel controleren wordt bijvoorbeeld met een hoofdlamp gedaan, die ook wij in de rugzak hebben zitten. Het zuurstofgehalte in mijn bloed wordt gemeten. Normaal gesproken ligt dat tussen 95% en 100%. Mijn zuurstofgehalte blijkt 86% te zijn. Maar geen paniek. Dat is volstrekt normaal op deze hoogte. Toch is het belangrijk om het zuurstofgehalte goed in het oog te houden, want als je bloed te weinig zuurstof naar je lichaamsdelen pompt, kan dat tot nare gevolgen leiden. Ook mijn hartritme is prima. Maar de koortsthermometer verraadt met zijn 34,5°C op de display dat ik mij niet 100% voel. Ik werp een angstige blik naar de dokter, maar die zegt al snel dat het niets is om mij zorgen over te maken. “Je bent bijzonder fit en je hebt géén hoogteziekte”, zegt hij vastberaden, waarna Wim en ik een zucht van opluchting slaken. Ik blijk wel een flinke longontsteking opgelopen te hebben, die wel behandeld moet worden omdat ze volgens de artsen alle energie uit mijn lichaam trekt. Dat heb ik inderdaad aan den lijve mogen ondervinden.

Ik moet mijn dosis hoogteziektepillen verdubbelen om de hoofdpijn te verminderen. Daarnaast moet ik beginnen met een aangepaste antibioticakuur (de antibiotica die ik van thuis bij had bleek niet te werken), en raden ze aan om een rustdag in Macchermo te houden. We bedanken de dokters, betalen de zéér gepeperde rekening en vatten de terugweg naar de dorpskern aan. En tijdens die terugweg word ik geconfronteerd met de harde realiteit dat een rustdag inderdaad nodig zal zijn. Ik ben werkelijk doodop na enkele stappen en zou mijn hoofd kunnen stukslaan tegen een rots. Snel weer onder de wol dus en de antibiotica het werk laten doen…!

Leave a Comment

Your email address will not be published.