Mare a Mare Nord, Dag 2: Ipenti – Pianello

Om zeven uur ‘s morgens worden we gewekt door een oorverdovend brandalarm. Even denken we dat we de boel moeten ontruimen, maar gelukkig blijkt het loos alarm. Met toeterende oren spelen we een eenvoudig ontbijt naar binnen en gaan we op pad. Bij een bron vullen we meteen onze drinkflessen aan.

In het goudgele ochtendgloren lopen we een tijdje over een verharde weg, die ons naar het einde van het dorp voert. Wanneer de zon tot boven in de hemel geklommen is, gaat de verharde weg over in een pad. In de vallei hangen kleine plukken mist, die als zachte wattenpropjes op de kruinen van de bomen balanceren.

We stappen door een mossig groen bos. Eeuwenoude kastanjebomen duiken overal langs het pad op. Ze zijn ontzagwekkend groot. Met hun brede, holle stammen lijken ze zo uit een sprookjeswereld te zijn ontsnapt.

We blijven klimmen tot we de top van de Forci bereiken. Zwartgeblakerde takken zijn nog een stille getuige van een enorme bosbrand die hier jaren geleden moet hebben huisgehouden. Rond de top hangen grote wolken die ons alle uitzicht op het dal verhinderen. Dikke pluimen mist waaien rakelings over de heuvelrug van het ene naar het andere dal.

Een smal pad tegen de bergflank voert ons kilometers aan een stuk van de ene naar de andere berg. Even maken de wolken plaats voor wat meer blauwe lucht en kunnen we van enkele vergezichten genieten.

We klimmen verder omhoog tot een dorp waar we hopen onze drinkflessen aan te kunnen vullen. Maar we krijgen er meer dan gehoopt en kunnen van een heerlijk frisse Orangina genieten op een zonnig terras van een gîte. Er is veel beweging in het barretje. Het zijn voornamelijk passerende camionchauffeurs die even binnen springen voor een drankje aan de toog van de frivole uitbaatster.

Onder een stralende hemel zetten we onze weg verder. Tot twee keer toe worden we gewaarschuwd om een bepaald pad niet te nemen, gezien het zodanig overwoekerd is dat je enkel gewapend met een machete er zonder kleerscheuren door kan geraken. We laten het pad dus wijselijk links liggen en kiezen voor enkele honderden meters asfalt in de plaats.

We genieten met volle teugen van de brandende zon. Maar de pret is helaas van korte duur. De witte wolken roepen versterking in van hun grijze kompanen, die al snel met gebalde vuisten aan komen zetten. Versterkt met bliksem en donderslagen vuren ze hun artillerie in de vorm van dikke regendruppels op ons af. We geven ons gewonnen en trekken verslagen onze regenkleding aan.

We zijn doorweekt wanneer we de eerste huizen van Pianello zien. We zetten koers naar de gîte van het dorp, want kamperen bij dit weer zien we niet zitten. Volgens de kaart ligt de gîte tegenover de kerk. Ik spot er inderdaad een gebouw dat perfect door zou kunnen gaan als gîte en vraag aan de vrouw achter de toog of ze nog plaats heeft voor twee personen. “Le gîte est fermé” (de gîte is gesloten), zegt ze gefrustreerd, terwijl ze naar het gebouw achter haar wijst. Het cafeetje waar we nu staan ligt er toevallig naast, maar de beiden hebben niets met elkaar te maken. Er zitten nog een aantal mensen in het café en het is duidelijk dat niemand van hen opgezet is met de gang van zaken in de gîte. Blijkbaar sluit de eigenaar zijn zaak te pas en te onpas, waardoor er vaak wandelaars stranden zonder een dak boven het hoofd te vinden. Wij hebben gelukkig onze tent bij, maar nog voor we de vraag kunnen stellen waar er in de buurt een geschikte plaats is om ze op te zetten, hebben ze al een kamer voor ons geboekt bij een lokale chambre d’hôtes. Die ligt helemaal onderaan in het dorp, maar er naartoe wandelen hoeven we niet. Eén van de mannen in het café brengt ons met zijn jeep.

Wanneer we aankomen bij de chambre d’hôtes staat de gastvrouw ons al buiten in de regen op te wachten. Ze geeft ons een veel stevigere handdruk dan je normaal zou verwachten van een dame van haar leeftijd en maant ons aan om naar binnen te komen. Onze doorweekte schoenen blijven in het portaal staan en onze kledij mag op een rekje voor de verwarming zodat alles kan drogen.

Na een deugddoende douche nemen we in haar woonkamer plaats in de koninklijk ogende fauteuils met donker houtsnijwerk en rode fluwelen kussens. Op de salontafel staan kleine snacks en enkele flessen sterke drank. We mogen zelf onze aperitief inschenken en ik kies voor een plaatselijke sterke wijn, terwijl Wim aan de whiskey gaat. We maken kennis met nog vier andere Engelse en Franse gestrande wandelaars. Allemaal hadden ze op een bed in de gîte gerekend, maar iets vertelt me dat we hier veel beter af zijn.

We gaan aan een lange gedekte tafel zitten. Ik zet me in het midden, wat een goede strategische keuze blijkt want ik word prompt als vertaler van dienst gebombardeerd. We krijgen een tomatensalade uit eigen tuin als voorgerechtje. Het hoofdgerecht bestaat uit een huisbereide quiche lorraine, waar we ook nog een sneetje gehaktbrood bij geserveerd krijgen. Daarna volgt nog een goed stuk corsicaanse kaas, om af te sluiten met een kommetje ingelegde pruimen van bomen uit het dorp. Net voor we ons bed willen in duiken, komt onze gastvrouw nog met een fles zelfgemaakte Limoncello aanzetten. We klinken onze glaasjes tegen elkaar en drinken op mooi weer voor morgen. Al lijkt niemand aan tafel daar veel goede hoop op te hebben…

Leave a Comment

Your email address will not be published.