Mare a Mare Nord, Dag 4: Corte – A Sega

We slapen uit tot half acht en vegen daarna bij een kop koffie en een vers chocoladebroodje de slaap uit onze ogen. De calorieën zijn weer aangevuld. Hoog tijd dus om ze opnieuw te verbranden. En dat laat niet lang op zich wachten, want meteen bij het verlaten van de camping gaat het alweer bergop. Vlak naast een drukke autoweg stappen we een natuurgebied binnen. Het duurt geen vijf minuten of we wanen ons weer in een onbewoonde wereld.

De spieren voelen nog stijf aan van de zware inspanningen van gisteren. Op mijn rugzak hangen mijn doorweekte sokken onder een brandende zon te drogen. Ook enkele hagedissen genieten van het zonnetje, dat zich de laatste dagen maar weinig heeft laten zien. Zorgeloos liggen ze met uitgestrekte pootjes te zonnebaden op de rotsblokken.

Voor het eerst zien we andere mensen op onze trail. Het zijn dagjestoeristen die met z’n allen onderweg zijn naar een natuurlijke badplaats in de rivier langs onze route. Het smalle pad voelt eeuwenoud aan. Een handvol kleine olijfbomen met karakter houdt kranig stand op de droge bergflank.

Op een vlakke uitstekende rots houden we even een pauze. We bewonderen de spitse en ruwe bergtoppen, die zo typisch zijn voor dit eiland. Straks moeten we aan de overzijde langs zo’n rots weer uit de vallei omhoog klimmen. Het is bijna niet te geloven dat er tegen zulke steile flanken begaanbare wandelpaden liggen.

Waar een brug ons over de rivier leidt laten de dagjestoeristen ons achter. Met bosjes hokken ze samen op enkele rotsblokken aan de rivier. Op uitgespreide handdoeken proberen ze nog wat najaarszon mee te pikken. Een enkeling waagt zich in het koude water van de rivier. En hoewel een verfrissend bad ons op dit moment best goed zou doen, laten we de drukte toch liever achter ons. Wij kiezen voor het verlaten pad aan de andere zijde van de oever. Het water van de rivier dompelt het bos onder in frisgroene kleuren.

Maar wanneer we uit de vallei verder omhoog klimmen, wordt de ondergrond plots een stuk ruwer. Over stenige paden stappen we omhoog tot een bijna volledig vlak plateau in het bos. Een eenzame koe kijkt wat verbaasd op, terwijl we via grote rotsen verder omhoog klimmen tot bij de gîte, waar we een flesje wijn, wat kaas en brood inslaan.

Wim twijfelt even om de tent op te slaan bij de gîte, maar ik heb mijn zinnen gezet op de wilde natuur. Na wat zoeken vind ik net boven een watervalletje aan de oevers van een rivier een geschikte bivakplaats. Tussen enkele dennenbomen zetten we de tent op een rotsige ondergrond op.

Langs de rivier koken we een eenvoudige maaltijd op ons gasvuurtje. Daarna gaat het vuurtje opnieuw aan, maar deze keer om onze sokken te wassen. Doordat we de afgelopen dagen met natte sokken in onze wandelschoenen gewandeld hebben, zijn ze “gestikt” en behoorlijk hard gaan stinken. Vooral die van Wim, natuurlijk… We maken een sopje in ons kookpannetje en laten onze sokken enkele minuten sudderen tot ze weer helemaal lentefris ruiken. Al moet ik toegeven dat die lente precies toch dicht bij een rijpe Camembert heeft gelegen…

Leave a Comment

Your email address will not be published.