Mare a Mare Nord, Dag 7: Evisa – E Case

De sokken die we vannacht buiten gehangen hebben om te drogen zijn vanmorgen nog natter dan ze gisteren al waren. Ingesloten door twee rivieren en goed verscholen onder een dik bladerendek en hoge varens, hebben we onze tent op de meest vochtige plek van heel Corsica gezet. Ook binnen in de tent kon de condens vannacht niet weg, waardoor onze slaapzakken klam aanvoelen. Het is niet fijn wakker worden op deze manier en het is aan ons humeur te merken. Fysiek gaan de eerste kilometers best vlot, maar mentaal boksen we allebei tegen een stevige muur op. We stappen voorbij het verlaten dorp Tassu, waar de jager gisteren over sprak. Vroeger lag het dorp langs een belangrijke handelsroute, maar met de aanleg van de verbindingsweg D24 in het begin van de twintigste eeuw, verloor het plaatsje haar economisch nut en kwam het tot verval. Nog vóór de tweede wereldoorlog pakte de laatste inwoner er zijn biezen. Later zien we op internet tot onze grote verrassing dat het verlaten dorp een prachtige parel in het midden van de natuur is. Het pittoreske historische kerkje met haar klokkentoren spreekt helemaal tot de verbeelding. Helaas zagen wij slechts één vervallen huis langs ons pad, en hebben we ons niet de moeite getroost om verder op zoek te gaan naar de rest van het dorp. Een spijtige keuze, zo blijkt achteraf.

Het dorpje Tassu dat we helaas gemist hebben (Bron)

We blijven een hele tijd over een gemakkelijk pad door het bos wandelen. De hoge bomen beletten elk mooi uitzicht, wat niet meteen helpt om uit dat mentale dal van ons te klimmen. Vroeger dan voorzien nemen we een pauze op een rotsblok. We eten een energiereep, in de hoop dat die er ons weer bovenop gaat helpen. Wanneer het pad ons terug de hoogte in jaagt en we kilometerslang over een prachtige bergflank mogen flaneren, schiet ons energiepeil terug de lucht in. Hier zaten we op te wachten… Corsica, wat ben je mooi!

Het smalle paadje voert ons door een magnifiek landschap. In de verte krijgen we al zicht op de zee. Het eindpunt van de tocht, waar we morgen aan zullen komen.

Maar als je dacht dat het nu alleen nog bergaf was tot zeeniveau, ben je mis. Want tussen hier en de zee ligt nog een flinke berg op ons te wachten. Met zijn ruwe rotsen staat hij grijnzend naar ons te kijken. Alsof hij er de grootste pret in heeft dat hij ons straks tot puffen en zweten zal dwingen.

Voor we onze gezouten lichaamssappen laten vloeien over deze mastodont, moeten we eerst terug een dal in duiken. En daar gaat het even fout. We missen een afslag en belanden op een steile bergflank die bezaaid is met steenpuin. We hebben op dat moment nog niet door dat we van het pad afgeweken zijn en halen halsbrekende toeren uit om over het steenpuin te klimmen. Voorbij het puin houden we dierensporen voor een pad, maar we merken al snel dat het er alleen maar gevaarlijker op wordt. Ik trek aan de alarmbel en zeg tegen Wim dat ik vermoed dat we fout gelopen zijn. We keren daarom op onze stappen terug. Maar dat terugkeren lijkt een pak moeilijker te zijn dan verwacht. Met dichtgeknepen billen waag ik mij opnieuw over het steenpuin. Verscholen achter dikke takken vinden we uiteindelijk het pad dat we daarnet domweg voorbijgelopen zijn.

Over een rivier begint de beloofde klim. Het eerste stuk kunnen we in de verkoelende schaduw van enkele bomen lopen. Maar het laatste stuk worden we op de rotsen compleet gaar gebakken door een duivelse Corsicaanse zon. Onderweg staat welgeteld één schraal boompje op de droge rotsen, waaronder we even wat water drinken. Zelfs ons drinkwater lijkt ondertussen gekookt te zijn, en kan maar weinig verkoeling bieden. De aankomst op de top doet echter alle leed meteen vergeten. Het uitzicht is fe-no-me-naal! In de verte lonkt de Middellandse Zee. We kunnen haar zilte bries al bijna ruiken.

Over grote rotsplaten zetten we onze route verder richting de trekkershut van E Case. Het is het enige onderkomen dat wandelaars op dit traject kunnen vinden om de nacht door te brengen. We hopen er nog wat voorraad (lees: een flesje wijn) in te kunnen slaan, om onze laatste avond in stijl te vieren.

Onder de wapperende vlag van de hut zien we al een handvol wandelaars zitten. De deur van de hut is gesloten. Met z’n allen wachten ze tot de uitbater van de hut de deur open komt doen. Niemand praat tegen elkaar en er hangt een vreemde sfeer in de lucht. Niet meteen hetgeen ik gewend ben van hikers. Maar we kopiëren hun gedrag en gaan stilzwijgend op een bankje vóór de hut zitten. Wim kan de gespannen sfeer op een gegeven moment niet meer aan en besluit alvast op zoek te gaan naar een kampeerplek verderop. Niet veel later komt de uitbater van de hut op een quad aan rijden. Het is een kleine, maar stevig gebouwde kerel, met een lange ietwat onverzorgde baard. Zijn legerkledij in camouflagekleuren zet zijn norse uiterlijk alleen maar kracht bij. Hij kijkt met boze ogen naar de wandelaars die in hoopjes in zijn voortuin liggen. Ostentatief schudt hij zijn hoofd. “Incroyable” (niet te geloven), roept hij meermaals na elkaar.

Wanneer hij met luid geweld de poort openslaat gaat hij tekeer als een razende. Hij is boos op de wandelaars, omdat blijkbaar niemand vooraf gereserveerd heeft. En nu heeft hij niet voldoende eten om iedereen van een avondmaal te voorzien. Hij pikt er een specifieke wandelaar persoonlijk uit om nog eens extra de les te spellen. Want die had wel gebeld om te reserveren, maar daarna een oproep van de utbater onbeantwoord gelaten. En dat was toch wel beneden alle peil, volgens hem. De wandelaar werpt ontdaan een blik op zijn gsm, die volgens hem geen een keer gerinkeld heeft. Maar zijn onschuldige antwoord werpt alleen maar extra olie op het vuur. “Wil je zeggen dat ik lieg?”, reageert de uitbater met een geïrriteerde stem. “Het is hier altijd hetzelfde”, vervolgt de knorrige man, waarna we met z’n allen in superlatieven mogen aanhoren hoe onbeleefd hij het hiker-ras wel vindt. Wanneer hij een kwartier later uitgeraasd is, stapt hij met boze passen naar binnen. De wandelaars blijven verbouwereerd buiten achter. Ik rits mijn rugzak open en schuif twee wandelaars een vriesdroogmaaltijd toe. Ik leg uit dat onze tocht er bijna opzit en we nog wat voedsel over hebben. Een voorzichtige glimlach verschijnt op zijn gezicht.

Daarna stap ik de hut binnen en zeg ik tegen de uitbater dat wij niet van plan waren om te overnachten. “Heel goed”, zegt hij, “dat is het beste idee van de dag”. Ik vertel hem dat ik twee wandelaars eten gegeven heb en verzoek hem om hen wel van kokend water te voorzien om de maaltijd te kunnen bereiden. Hij kijkt verrast op. En plots zie ik in zijn zwarte ogen een piepklein lichtje verschijnen. “Dankjewel”, antwoordt hij, “ik zal er zeker voor zorgen”. Wanneer ik afsluit met de vraag of ik misschien een fles wijn bij hem kan kopen, zie ik zowaar een glimlach op zijn gezicht verschijnen. “Wijn…? Haha, wijn!”, buldert hij geamuseerd. “Natuurlijk heb ik wijn”, schreeuwt hij uit, waarna hij trots een kast opentrekt die uitpuilt met flessen van een zelfgebrouwen goedje. Hij duwt er mij twee onder de armen en neemt afscheid met een stevige handdruk. Terwijl ik mijn aankoop in mijn rugzak opberg kijken de andere wandelaars stomverbaasd toe.

“Allez, ambiance”, roep ik in de hoop eindelijk de sfeer wat te kunnen breken. Maar mijn relativeringsvermogen is blijkbaar sterker dan dat van hen. Nee, de reactie van de man is niet prettig. Het is zelfs volstrekt ongehoord. Maar in plaats van je te storen aan zijn bitsige en verbitterde houding, kan je ook op zoek gaan naar het lichtje in zijn ogen…

Wim heeft inmiddels een prachtige bivakplaats gevonden, dus de rugzakken gaan weer aan. Wanneer hij me na een stukje stappen vol trots de plek toont die hij uitgekozen heeft, rolt er net geen traan over mijn wangen. Hoe ontroerend de pracht van de natuur toch kan zijn. Vanaf een rots hebben we een schitterend zicht op enkele uitlopers van het Corsicaanse gebergte. Zachtjes deinen ze uit richting zee. Onder een gouden avondgloed drijven langzaam steeds meer wolken samen. Wanneer uiteindelijk de zon de horizon bereikt, dekt een dik pak wolken de zee als een heerlijk warm donsdeken toe.

Leave a Comment

Your email address will not be published.