Mare a Mare Nord, Dag 6: Albertacce – Evisa

Wanneer ik ‘s morgens de tent openrits, zie ik dat de ochtendzon enkele witte wolkenstrepen in vuur en vlam heeft gezet. Achter de tent pikken ook de hoogste bergen alvast wat zonnestralen mee. Onder de brandende wolken kleuren hun toppen prachtig oranjerood.

Tijdens het ontbijt ontwaken ook de koeien. Nieuwsgierig komen ze kijken wat er allemaal op het ontbijtbuffet staat. Maar naast wat muesli en een kop koffie is er niet veel te bespeuren.

Om terug op het pad te geraken, moeten we opnieuw de rivier oversteken. We springen van de ene op de andere steen en geraken ook deze keer weer droog aan de overzijde.

We klimmen enkele meters omhoog tot we een flink stuk boven de rivier uit stijgen. Wanneer het pad naar rechts wegdraait, werpen we nog een laatste blik op onze bivakplaats. We glimlachen naar elkaar. Wat een unieke slaapplaats hadden we vannacht toch weer. Hier kan een mens alleen maar onbeschrijfelijk dankbaar om zijn.

Het pad loopt relatief vlak langsheen een heuvelrug. Het is rustig wakker worden op deze manier. De benen voelen soepel en ook de tongen zijn goed op dreef. Terwijl we genieten van de eerste vergezichten, praten we honderduit over de meest belangrijke en onbelangrijke dingen in het leven. We duiken opnieuw naar beneden tot we over een Middeleeuws brugje uitkomen bij een eeuwenoude molen. Een vuurkring met zwart geblakerd hout in het midden verraadt dat naast de molen wel vaker wild gekampeerd wordt.

Voorbij de molen voert het pad ons meteen weer bergopwaarts. Wanneer we het bos uit geklommen zijn, opent het landschap zich opnieuw. Recht vóór ons zien we in de verte de bergpas waar we straks overheen moeten, maar dat is nog een paar uur wandelen. Voor we over die heuvelrug kunnen piepen, slingert het pad ons nog over enkele andere bergen heen.

Langzaam maar zeker komen we dichter bij de bewuste heuvelrug. Gaandeweg wordt het pad ook een stukje ruwer. Het is een voorbode op de GR20, een gerenommeerde en zware wandelroute waar we straks eventjes op zullen aansluiten. Maar voor we ons daar in het zweet gaan werken, nemen we op een prachtig uitzichtspunt even een pauze. Wanneer ik langs het pad wil gaan zitten prik ik mijn billen aan een bosje maquis. Maquis is een struik met venijnige doornen, die goed gedijt in droge streken als Corsica. Ik haal een tiental afgebroken doornen uit mijn broek. Maar ook mijn blote armen lijken plots verdacht veel op een stekelvarken.

Bij een rivier vullen we onze drinkflessen aan. We nemen meteen enkele flinke teugen van het heerlijk frisse water. Net voordat we aan de laatste steile klim over flinke rotspartijen beginnen, komen we een Duits koppeltje tegen. Ze zijn de weg kwijt, maar we zetten hen moeiteloos terug op het juiste spoor.

We komen op het meest technische gedeelte van de hele route. Over ruwe rotsen klimmen we onder een bloedhete zon steil omhoog. Links van ons klettert het water van een rivier via de rotsen recht naar beneden. Onderaan heeft zich een poeletje gevormd, waarin we twee mensen zien zwemmen.

Waar we via een nieuw gebouwde houten brug de rivier over moeten steken, belanden we op de GR20. Hoewel we de GR20 enkele jaren geleden reeds gedaan hebben, en hier dus al moeten gelopen hebben, herkennen we allebei niets meer van het landschap. Wat we wel herkennen is de drukte op de route. De GR20 is nu eenmaal een populaire wandeltocht. Waar we op de Mare a Mare Nord trail al dagenlang moederziel alleen rondzwerven, moeten we het pad nu plots delen met een tiental andere avonturiers.

De drukte is gelukkig maar van korte duur. Onze route loopt maar een goede vijfhonderd meter samen met de GR20. Voorbij een hut splitsen onze wegen opnieuw en laten we de andere wandelaars achter ons.

We moeten een stukje klauteren over de rotsen. Het pad is niet overal even duidelijk te herkennen, waardoor we geregeld halt moeten houden om het landschap te “scannen” en de juiste weg te vinden.

Het klauterpad gaat over in een goed begaanbaar zandweggetje. Zachtjes steigend brengt de route ons naar de col waar we al de hele dag naar onderweg zijn. Achter elke bocht denken we er te zijn, maar het pad speelt letterlijk en figuurlijk met onze voeten en lijkt ons doel telkens verder en verder voor ons uit te schuiven.

Wanneer we uiteindelijk dan toch op het hoogste punt aankomen, worden we verrast door een klein barretje op de top. We besluiten er onze picknick te eten en kopen alvast een flesje wijn voor in de tent vanavond. Eens de batterijen terug opgeladen zijn, zoeken we ons langsheen een houten afrastering aan de andere kant van de berg opnieuw een weg naar de vallei.

De afdaling duurt lang en de vermoeidheid begint wat parten te spelen. Over een wiebelende hangbrug – die reeds de nodige flexibiliteit vraagt om er nog maar op te geraken – worden we over een rivier gestuurd.

We laten de woeste bergen even achter ons en stappen het vredige dorpje Evisa binnen. Wim doet er snel wat inkopen, waarna we verder op pad gaan. We hebben nog een uurtje tijd tot de zon volledig onder is en zijn wanhopig op zoek naar een bivakplaats. Plots worden we opgeschrikt door geweerschoten. De kogels fluiten rakelings aan ons voorbij. Een groep wilde varkens staat op geen tien meter van ons verwijderd. De kogels zijn duidelijk voor hen bedoeld. En hoewel de geweren wellicht niet meteen op ons gericht zullen zijn, bevinden we ons wel op uiterst gevaarlijk terrein. We schieten lichtjes in paniek, en vrezen dat we straks meer dan alleen maar wat maquis-doornen in onze billen zullen vinden. We beginnen luid te roepen, zodat de jagers weten dat er wandelaars in de buurt zijn. Niet veel later duikt één van de jagers bij ons op. Terwijl een jachtgeweer op zijn schouders rust, vraagt hij vriendelijk doch kordaat wat we zo laat nog in de bossen doen. We leggen uit dat we wild gaan kamperen, wat hem enigszins lijkt gerust te stellen. Want het volgende dorp is volledig verlaten, legt hij uit. De jagers staken even het vuur en geven ons de tijd om ons uit de voeten te maken.

De zoektocht naar een bivakplaats blijkt niet eenvoudig te zijn. De hellingen naast het pad zijn zodanig steil dat je er geen tent op kwijt kan. De gouden gloed van de avondzon herinnert ons eraan dat we moeten voortmaken.

Wim voert het tempo op. Wanneer we slechts enkele minuten vóór zonsondergang een vlak plaatsje vinden om de tent neer te planten, kunnen we eindelijk opgelucht ademhalen.

Leave a Comment

Your email address will not be published.