Mare a Mare Nord, Dag 8: E Case – Cargèse

Tijdens het ontbijt worden we opgeschrikt door luid gestommel vanuit het bos achter ons. Gejaagd voetgetrappel haalt ons uit onze ochtenddroom. Met gestokte adem staren we naar het woud, waar al het tumult vandaan komt. De kruinen van de bomen bewegen wild heen en weer. Verward kijken we elkaar aan. We zetten ons schrap en maken ons klaar om het op te nemen tegen het reusachtige Corsicaanse monster dat zo meteen de bossen uit gestormd komt om ons met huid en haar te verslinden. Ons hart stopt. Daar komt hij. Wacht! Oh nee, hij is niet alleen! Ze zijn met drie…!! Het zijn, het zijn… Uhm… Koeien. Wanneer de beesten oog in oog met ons komen te staan houden ze plots halt. Ze kijken verschrikt onze richting uit. Ze blijven doodstil staan en aarzelen even alvorens het op een rennen te zetten.

Een Duits koppel dat gisteren bij de refuge overnacht heeft is al vroeg op pad en stapt ons voorbij terwijl Wim zijn schoenen bindt onder de opkomende zon. “Hebben jullie hier overnacht”, vragen ze vol ongeloof. Met een brede glimlach op ons gezicht knikken we bevestigend. De jaloezie in hun ogen smaakt zeemzoet. En we voelen er ons geen tikkeltje schuldig om.

Het pad stuurt ons van de rots waarop we geslapen hebben terug naar beneden. Voorbij een rivier stappen we in het zoveelste sprookjesbos dat Corsica rijk is. Deze keer zijn het geen grote mastodonten met brede holle stammen die heer en meester zijn over de vallei. Hier zijn het eerder kleine en tengere boompjes, die het voor het zeggen hebben. Er hangt een duistere sfeer in het bos. Alsof er een onheilspellende vloek op de bomen rust. Met hun schriele gebogen takken lijken ze ons vast te willen grijpen. We kunnen echter aan hun klauwen ontsnappen en geraken heelhuids uit het behekste bos.

We belanden op een klein plateau, waar de bomen meteen een heel stuk vriendelijker ogen. Het pad kronkelt van links naar rechts over een dorre grasvlakte.

In de verte zien we de rand van het plateau. Als een magneet word ik naar het uiteinde getrokken. Ik wil over de rand heen piepen. Om de zee te aanschouwen. De andere kant van het eiland, waar we al acht dagen naar onderweg zijn

En daar is de zee dan eindelijk. Verscholen in een baai ligt het dorpje Cargèse geduldig te wachten op onze komst. Maar voor we ons daar aan een frisse pint tegoed kunnen doen, moeten we nog een laatste heuvel over die we links van ons al zien pronken. Om aan zijn voeten te komen dalen we eerst steil af tot we uitkomen op een brede zandweg. De weg voert ons langsheen een vervallen huis, waar niet minder dan tien honden aan veel te korte leibanden elk aan zijn eigen hokje vastgemaakt is. Ze blaffen luid wanneer we hen passeren. Hun baasje is hout aan het kappen in de blakende zon. De forse man kijkt even op en mompelt iets onverstaanbaars wanneer we langs hem lopen. Even verderop zien we een slordige wei waarin varkens in de schaduw van bergen bouwafval moeten leven. Een schattig houten plakkaatje met het opschrift “produits corses” (Corsicaanse producten) moet ons overtuigen om artisanaal bereide worsten bij de norse man te kopen. Maar dat laten we deze keer toch maar aan ons voorbij gaan.

We verlaten de brede zandweg om over een smal bospad aan de laatste klim te beginnen. En die is niet van de minste. Niet alleen is de klim behoorlijk steil, ook het pad is moeilijk begaanbaar. Op een gegeven moment is het pad zo overgroeid, dat ik mijn armen openhaal aan de doornstruiken. Maar zonder verpinken klimmen we allebei door. Een uur later staan we bezweet op de laatste top van deze tocht. Het voelt als een overwinning. En dat moet dan ook op de juiste manier gevierd worden, vinden we. We halen onze mokken boven en vullen ze met de laatste restjes wijn van gisteren. Met een prachtig zicht op het eindpunt van onze tocht klinken we onze mokken tegen elkaar. En naar dat uitzicht blijven we minutenlang staren, zonder ook maar een woord tegen elkaar te zeggen.

De verdere weg naar beneden is het minder stil. Bij wijze van afsluit, halen we samen allerlei herinneringen van deze tocht naar boven. Zoals ons bezoek aan de gestorven familie Marci, de fluitende kogels rond onze oren in het bos en onze prachtige overnachtingsplaats van gisteren. Het tovert spontaan een glimlach op onze gezichten. Een glimlach die alleen maar meer schittert, op het moment dat we uiteindelijk aan de kust aankomen. Wim knielt neer bij het water. Hij neemt een handje zand, om het daarna weer door zijn vingers in het water te laten glijden. Alsof hij het moet kunnen voelen om het te kunnen geloven…

Maar geloven doen we het. Na acht dagen stappen zit ons zoveelste avontuur er weer op. Weer een ervaring rijker om in onze al goed gevulde rugzak te steken. Hand in hand lopen we ons verhaal langsheen de kustlijn uit. Corsica, may we meet again…

Leave a Comment

Your email address will not be published.