De Pyreneeënoversteek, Dag 15: À l’aise

Gezoem boven ons hoofd hield ons wakker vannacht. Waarschijnlijk hebben we onze tent onder een wespennest gezet, maar buiten het zoemende geluid vinden we daar verder geen bewijs van.

Vandaag mag het allemaal een beetje minder zijn. De 35km van gisteren heeft zijn sporen nagelaten. Mijn hielkapsels zijn overgevoelig en wellicht ontstoken. En mijn hele kleine teen heeft zich ingepakt in een dikke, sappige blaar. Ook Wim is niet ongeschonden uit de strijd gekomen. Hij heeft last van zijn rug en ook zijn hielen krijgen het flink te verduren onder het zware gewicht van de rugzak.

Niet veel kilometers vandaag dus. Gewoon onze neus achterna en slapen op de plaats waar we besluiten dat we geen zin meer hebben om verder te wandelen. En alles tussen hier en daar lekker op het gemak. Of “à l’aise”, zoals de Fransen dat zo mooi zeggen.

We “wassen” ons met deodorant. Wim maakt gebruik van de publieke toiletten van het instituut, dat de biodiversiteit van de fauna en flora van de Pyreneeën onderzoekt. Dat zegt het plakkaatje bij het gebouw toch. Bij een bron vullen we onze drinkflessen aan. De bron ligt in een mooi park, waar zowat elke inwoner van Bagnères De Bigorre zijn hond uitlaat. Nochtans is er geen enkel drolletje te vinden in dat park.

Wanneer we uiteindelijk in de dorpskern aankomen nemen we ons voornemen om alles vandaag “à l’aise” te doen ter harte. Wim installeert zich op een bankje terwijl ik rozijnenkoeken en brood ga halen bij de bakker. Die rozijnenbroodjes smikkelen we meteen op. Wim blijft lekker luieren op zijn bankje terwijl ik in “l’office de tourisme” informatie ga opvragen over de GR78, de route die we vanaf nu willen gaan volgen. Van die GR78 hebben ze bij het infokantoortje echter nog nooit gehoord. Ik leg uit dat de route ook de “voie de Piémont” genoemd wordt waarna er wel een belletje gaat rinkelen. Ze kunnen me een gedetailleerde routebeschrijving van hier tot Lourdes geven. Ik leg uit dat we van Lourdes komen en we dus de beschrijving in de andere richting nodig hebben. De dame hoort het in Keulen donderen. Blijkbaar heeft ze nog nooit iemand de andere richting uit zien wandelen.

Ik maak samen met Wim een ommetje naar een grootwarenhuis om wat rantsoen in te slaan. Bij een krantenwinkel draaien we snel een dagblad open om de weersverwachtingen te checken. En dat ziet er niet goed uit. De komende vijf dagen regen…

Het is al ver voorbij tien uur wanneer we met goed gevulde rugzakken het dorpje buiten wandelen. Een uur later komen we uit op de top van een bergje, met zicht op het vlakke Franse binnenland. We besluiten alvast te picknicken. Nu is het nog droog. Het stokbrood is nog niet goed verteerd of de eerste regendruppels vallen al op onze nek. Snel de rugzak maar weer inladen, de regenhoes eroverheen en weer op pad.

We lopen over kleine golvende asfaltweggetjes, die ons langzaam richting het bos brengen. De regen wordt erger, maar het bladerdek houdt ons relatief droog. Dat regen en wind hier fel huisgehouden hebben is te zien aan de vele omgewaaide bomen op het pad waar we eens over, en dan weer onder moeten kruipen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De drinkflessen zijn weer leeg, dus Wim filtert wat water uit een rivier. Dat het enigszins groen gekleurd in de flessen belandt stoort ons niet. We drinken er gewoon van, want we hebben dorst. Wanneer Wim niet veel later licht wordt in zijn hoofd en last heeft om zich te focussen, besluiten we toch maar om het water weg te gieten. Je weet immers maar nooit.

Het bladerdek slaagt er niet langer in ons droog te houden. Daarnaast zit een onweer ons op de hielen. We voeren het tempo op en racen naar het dorpje Bourg De Bigorre. Door de regen lopen we richting het hotel waarvoor we bij het binnenkomen van het dorp reclame zagen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Volgens de openingsuren die aan de deur hangen zou het hotel open moeten zijn, maar we krijgen geen gehoor. Wim klopt op verschillende deuren, maar niemand doet open. Na verloop van tijd begint het echt te gieten. Tussen de bliksemflitsen en het daar bijhorende gedonder tellen we geen drie seconden. Daarom gaan we in looppas richting een gîte die we meenden gezien te hebben in de regen. Daar is gelukkig wel iemand aanwezig. Zonder ook maar over tarieven gesproken te hebben, staan onze natte rugzakken al binnen en hebben we onze slijkschoenen uit getrokken.

We worden hartelijk naar onze kamer begeleid. Het ziet er fantastisch uit. We maken gebruik van de faciliteiten om onze kleren te wassen. Wim wast in zijn enthousiasme per ongeluk zijn beide boxershorts, waardoor hij nu geen droog ondergoed meer heeft. In een goed huwelijk hoor je alles te delen, maar ik stel hem toch maar niet voor om één van mijn droge slipjes te lenen. Wanneer we alle was opgehangen hebben en weer lekker fris ruiken gaan we samen (ik mét, Wim zonder onderbroek) naar het restaurantje van het hotel dat nu plots wel open is. Omdat vandaag alles “à l’aise” is ben ik ook van koken vrijgesteld vanavond. Voor een paar euro’s krijgen we een bordje charcuterie met brood, daarna varkenslapjes met frietjes en nog een portie broodpudding om het feest af te sluiten. Er komen geen groenten op het bord. Daar doen de Fransen blijkbaar niet aan mee.

In een hoekje van het restaurant staat een tv. Wanneer het weerbericht erop komt luisteren we aandachtig. Maar dat hadden we beter niet gedaan. Voor morgen worden er zware onweders voorspeld. Dat belooft… We lopen in de regen terug naar onze gîte en kruipen weer vroeg onder de wol. De hele nacht tikt de regen op het venster. Ik denk niet dat Wim zijn boxershorts droog gaat krijgen tegen morgen…

Leave a Comment

Your email address will not be published.