De Pyreneeënoversteek, Dag 16: In Neste(n)

Om acht uur worden we aan de ontbijttafel verwacht en we staan er stipt op het afgesproken uur. In Frankrijk moet je voor je ontbijt niet meer verwachten dan koffie met stokbrood en confituur, maar hier krijgen we er tegen alle verwachtingen in nog yoghurt en cake bij. We eten alles tot de laatste kruimel op.

Ik trek mijn vers gewassen maar nog natte kleren onder mijn regenkledij aan. Het regent onophoudelijk wanneer we goed ingepakt in de startblokken staan. Onze gastheer wenst ons goede moed toe, wat we zeker kunnen gebruiken in dit triestige weer. Zonder er al te veel over na te denken gaan de rugzakken aan en beginnen we aan onze 25km vrije slag.

Het eerste stuk lopen we via de autoweg. De bospaden zijn volledig weggespoeld en moeilijk begaanbaar. Het loopt wat saaier, maar met het verstand op nul slijten de kilometers best vlot. We babbelen honderduit over alles en niets. Ondanks het rotweer zit de sfeer verrassend goed. Na een goede 6km stoppen we in een bushokje om een appel te eten. We zijn al lang blij dat we even droog kunnen zitten.

Ook de volgende 6km gaan over de autoweg. Veel auto’s passeren er gelukkig niet en het loopt gezien de omstandigheden best prettig. Ik ervaar plots hetzelfde lichte gevoel in mijn hoofd dat Wim gisteren had. Vreemd… We hebben toch voldoende gegeten en gedronken. Een bloeddrukval kan het niet zijn. Het gevoel verdwijnt weer na een tijdje en we maken er ons maar niet te druk om.

Voor de tweede helft van de tocht laten we het asfalt links liggen. We klimmen door een bos omhoog. Hoe hoger we klimmen, hoe harder het regent. Afkoelen doen de waterdruppels ons echter niet. De inspanning doet ons zweten als twee losgeslagen runderen, waardoor onze regenkledij binnenin al snel even nat is als de buitenkant. Onze regenbroek kleeft tegen onze – ondertussen uiteraard zéér gespierde – billen.

Bij het afdalen legt de mist een mysterieuze sluier over het pad. Het ziet er zó sprookjesachtig uit, dat er ergens in dit bos vast een heks moet wonen. De regen heeft de rotsen bijzonder glad gemaakt, waardoor we goed moeten uitkijken bij elke stap die we zetten. We komen uiteindelijk zonder ernstige schuif- of valpartijen aan in Labastide. Net als alle andere dorpjes waar we vandaag al doorheen kwamen is ook Labastide volledig opgetrokken uit grijsgekleurde droevige huizen. Op enkele blaffende loslopende honden na, is er geen levende ziel te bespeuren. We schuilen onder een afdakje, waar we nog wat energie opnemen om het laatste stuk van de dag aan te vatten.

Mijn dieselmotor komt wat traagjes op gang na deze laatste pauze, maar vanaf nu is het gelukkig overwegend dalen. Wanneer we onderaan de vallei aankomen zien we in de verte heel wat mensen rondlopen. Eindelijk een dorp dat niet uitgestorven is… Maar wanneer we dichterbij komen zien we dat het niets is om blij om te zijn. De rivier La Neste is buiten haar oevers getreden. Enkele huizen zijn al ondergelopen. De mensen zijn druk bezig met telefoneren. Waarschijnlijk verwittigen ze vrienden en familie om als de bliksem naar huis te komen, te redden wat er te redden valt en dan zo snel mogelijk weer te vertrekken. Zonder hier flauwe grapjes over te willen maken zitten deze mensen dus écht in Neste(n).

Er heerst geen paniek. Wel volledige ontreddering. Het raakt me enorm het leed van deze mensen te zien. Een gezin is druk in de weer met de auto in te laden. Wellicht moet iedereen hier vandaag nog geëvacueerd worden, want de rivier stroomt gevaarlijk snel en het waterniveau blijft stijgen.

Wim en ik trekken weer verder. We horen nog tot ver in het bos hoe wild de rivier stroomt. Ik ben er helemaal stil van geworden. Ik kan me niet voorstellen hoe ik me zou voelen als dit met ons huis zou gebeuren. Mijn pijntjes en kwaaltjes van het stappen verbleken in het niets bij deze miserie. Ik heb al zo vaak beelden van overstromingen gezien op tv, maar het recht voor je ogen zien gebeuren is vreselijk. Onze gedachten gaan daarom uit naar alle getroffen Franse gezinnen. We hopen dat de natuur snel weer wat rustiger wordt, zodat iedereen zijn leven weer kan opbouwen…

De laatste kilometers is het opvallend stil. De beelden van de overstroming blijven zich voortdurend in ons hoofd afspelen. Een onweer dat zich vlakbij laat horen brengt ons abrupt weer bij de les. We haasten ons naar de pelgrimsgîte in het dorp Montsérié. De deur is open, dus we laten onszelf binnen. We vinden niets dan luxe in de gîte. Er zijn twee volledig ingerichte keukens, twee zitplaatsen met tafels, stoelen, zetels en zelfs een tv. Er zijn kleine, maar ook enkele grote slaapkamers. Wij kiezen er een kleintje uit met twee bedden, waarvan we de matrassen op de grond leggen zodat we naast elkaar kunnen liggen (we zijn nu eenmaal op huwelijksreis…).

We hebben dit hele pelgrimskasteel voor ons alleen. Ik neem een warme douche, en terwijl ook Wim zich opfrist maak ik het lekker gezellig aan tafel. Ik vond zelfs ergens nog een kaarsje…! We eten poedersoep, instantrisotto met champignons en een sneetje briochebrood als dessert. Onvoorstelbaar dat dat driesterrendiner zomaar in onze rugzak zat.

De hemelsluizen worden weer opengezet wanneer Wim de route uitstippelt voor morgen. We kunnen alleen maar hopen dat de mensen aan de oevers van La Neste ondertussen een veilig onderkomen gevonden hebben… Wanneer we op tv de beelden zien van een compleet ondergelopen Lourdes, waar we twee dagen geleden nog met droge voeten doorheen stapten, kunnen we onze ogen niet geloven. Ook langs de oevers van de Garonne is het code “oranje”. Daar moeten we morgen overheen, om onze route richting het dorpje Fos verder te zetten. Over drie dagen moeten we daar aankomen om de GR10 weer op te pikken. Vanaf die plek zou het hooggebergte weer wat veiliger moeten zijn. Laten we hopen dat het in plaats van de sneeuw, niet de overstromingen zullen zijn die deze keer roet in het eten gooien…

1 thought on “De Pyreneeënoversteek, Dag 16: In Neste(n)”

Leave a Comment

Your email address will not be published.