De Pyreneeënoversteek, Dag 17: Cheeeese…!

Het was een zalige gîte om de nacht door te brengen. Het enige nadeel: ze ligt vlak onder de kerktoren. Daardoor heb ik de klokken van 23h gehoord en die van 23h30. Maar ook die van 24h, die van 24h30 en die van 1h. Daarna moet ik toch wat slaap gevat hebben, want de volgende keer dat ik de klokken kabaal hoorde maken sloegen ze vier keer. Nog vóór ze de kans hebben om 7h te slaan sta ik op. Ik maak alvast koffie voor mijn echtgenoot en zet het ontbijt klaar: de rest van het briochebrood.

Een half uurtje later komt Wim naar beneden geslenterd. We zetten de tv op. Gezien het heersende noodweer willen we graag de weersvoorspellingen checken. Voor vandaag wordt er regen met opklaringen voorspeld. Daar nemen we graag genoegen mee. Tijdens het ochtendjournaal wordt verteld dat er in Barbazan 350 personen geëvacueerd zijn wegens de overstroming van de Garonne. Barbazan is het eerste dorp dat we morgen zullen passeren, en het is net daar dat we de Garonne moeten oversteken. Dat belooft.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

We leggen de verschuldigde €20 voor de nacht samen met een briefje op de tafel van de gîte. Daarna start onze “werkdag” weer. We staan volledig in regenuniform klaar om eraan te beginnen. Rond 8h45 klokken we in en we mogen meteen over een zompig pad door een bos omhoog klimmen. Ondanks de korte nachtrust voelen mijn benen fris en ze brengen me zonder veel problemen naar boven. Onderweg springt een hert vlak voor onze neus het pad over. Het begint weer te druppelen, maar de weergoden bedenken zich. Nog vóór we een afslag naar een volgend bospad nemen, menen we iets tussen de bladeren te ontdekken wat lijkt op een voorzichtige zonnestraal.

Onder ons zien we La Neste stromen, die ook hier weer de akkers blank heeft gezet. Vóór deze miserie waren de boeren steen en been aan het klagen dat hun gewassen veel te klein bleven door het gebrek aan zon. Nu schiet er door de overvloedige regen van hun oogst helemaal niets meer over… We steken de plaatselijke landbouwers op onze manier een hart onder de riem door bij een boerderij op onze route kaas te kopen. We volgen de pijl die ons op smakelijke wijze naar de “fromage de la ferme” brengt. Een vrolijke man stapt meteen naar buiten en ontvangt ons met open armen. Hij wijst naar onze schoenen en broekspijpen die kilo’s slijk en modder mee sleuren. Hij moet erom lachen en we mogen onze vieze stappers absoluut niet uitdoen wanneer we zijn winkeltje binnen gaan. “Zal ik jullie een rondleiding geven en uitleggen hoe wij onze kaas fabriceren”, stelt hij voor. Nog voor we kunnen antwoorden begint hij al vol enthousiasme te vertellen over de 30 jarige geschiedenis van de boerderij. Hij laat de grote koperen ketel zien waarin het hele proces begint. Er ligt een bol kaas van wel twee jaar oud, die enkel geraspt nog kan gegeten worden, omdat hij simpelweg steenhard is en je je tanden er anders op kapot zou bijten.

Vervolgens neemt hij ons mee naar een donker kamertje, waar tientallen kaasbollen in stilte op houten rekken liggen te slapen. Af en toe worden ze wakker gemaakt en worden ze op hun buik gelegd. Om doorligwonden te vermijden, denk ik… We mogen verschillende soorten proeven. Telkens snijdt hij met een overdreven groot mes heerlijke brokken artisanaal culinair genot af. We genieten van de smaak en van deze onverwachte persoonlijke rondleiding. Het is een prachtig intermezzo op ons wandelavontuur dat door het slechte weer wat dreigde uit de toon te zingen. Net wanneer we denken dat we al zijn specialiteiten geproefd hebben, tovert hij nog een bordje charcuterie naar boven. Paté, hesp, worst,… Hij maakt het allemaal. Er lijkt maar geen einde te komen aan de rondleiding en de bijhorende proeverijen. Hij schenkt ons twee kleine glaasjes rode wijn in. Die maakt hij niet zelf, geeft hij toe. Maar toch smaakt ook dat goedje verrukkelijk.

We kopen kaas, gerookte hesp en paté van de man. Extra gewicht dat we graag in de rugzak steken. Maar toch niet alles, want een deel eten we als picknick op in de tuin van de boerderij.

Wanneer onze magen gevuld zijn wandelen we verder. Het is nog maar drie uur stappen, maar het vele slijk onderweg maakt de beklimmingen eens zo zwaar. Elke twee stappen die we omhoog zetten, schuiven we er eentje naar beneden. Sommige stukken zijn compleet niet toegankelijk. Op plaatsen waar het pad volledig weggespoeld is, moeten we naar alternatieven zoeken doorheen weiden of over prikkel- en schrikdraad.

Onze trektocht begint op deze manier plots erg veel weg te hebben van een “spartan run”. Ik voel me in mijn nopjes. Hoe vettiger, hoe prettiger, toch? Maar al die prettige vettigheid zorgt er wel voor dat we erg veel uren wandelen over “slechts” 20km. Bij één van de vele glijpartijen voel ik een pijnscheut in mijn dij. Ik kerm het net niet uit van de pijn.

Om wat te herstellen, maar ook omdat het nog steeds erg regenachtig is, nemen we een eenvoudig hotelletje in Saint Bertrand de Commminges. Wanneer we het hotel binnen stappen om een kamer te boeken, treffen we enkel een slapend oud mannetje aan op de zetel in de inkomhal. Na drie keer opvallend gekucht te hebben schiet hij wakker. Het is de “patron” en hij geeft ons prompt korting op de kamer. De kamer stelt minder dan niets voor en ook de hygiëne kan in vraag gesteld worden, maar we kleven er maar snel de term “charmant” op en we prijzen ons gelukkig met de pannen boven ons hoofd. We laten onze lichamen weken in het ieniemienie zitbadje op de kamer. Terwijl ik op bed lig, blijf ik uren staren naar de intrigerende oude houten balken in het plafond. Hun diepe groeven ademen een rijke geschiedenis. Saint Bertrand staat gecatalogeerd als één van de mooiste dorpjes van Frankrijk. En ik kan perfect begrijpen waarom.

Leave a Comment

Your email address will not be published.