De Pyreneeënoversteek, Dag 18: Code rouge

Iets voor acht uur staan we in het bescheiden restaurant van ons al even bescheiden hotelletje. De “patron” is nog druk bezig het ontbijt klaar te zetten voor zijn gasten. We mogen toch al plaatsnemen aan het enige tafeltje voor twee personen dat er in de ruimte staat. Het staat in een soort van nis met een groot glasraam waarop een pelgrim onderweg naar Santiago staat afgebeeld. Onze gastheer is ervan overtuigd dat ook wij pelgrims zijn en hij denkt ons met deze uitverkoren plek in het restaurant een groot plezier te doen. Het is uiteindelijk nog het gezelligste plekje in het vrij ongezellige restaurant, dus we klagen niet.

Hij zet ons snel een karafje fruitsap voor, met een ietwat vreemde gele kleur. Enkele witte en bruine vlekken op het glas reduceren onze appetijt lichtjes. Ik schenk twee glazen in en neem snel een paar grote slokken van mijn glas. Ik huiver. Het blijkt geen fruitsap te zijn, maar limonade waarvan de prik al drie dagen vervlogen moet zijn. Op het half lege karafje merk ik een geel lijntje op het niveau tot waar het zonet nog gevuld was. Die limonade zat er dus zeker al enkele dagen in… Thuis zouden we wellicht klagen, hier vinden we het allemaal bij de Franse charme passen. Net zoals de zwart afgebakken botercroissantjes, waar duidelijk het bovenste laagje afgeschraapt is wegens té zwart. Het tweede croissantje dat ik opeet is steenhard en is al minstens twee keer opgewarmd. Waarschijnlijk de restjes van de gasten van gisteren. Charmant, dat zei ik toch? We eten braafjes alles op, en zelfs het tweede schaaltje met brood gaat leeg terug naar de keuken. We blijven een hele tijd onder ons glasraam zitten en moeten erg lachen wanneer we een “ping” horen, met daarna een zeker “schraapgeluid”.Weeral iets te lang in de oven. Hopelijk vinden de gasten die deze broodjes voorgeschoteld krijgen het allemaal ook zo charmant als wij…

We checken uit en wijzen de “patron” erop dat de vieze was die we gisteren op aandringen van hem mochten klaarleggen niet gedaan is. Wim had alles in een bundeltje klaargelegd op de afgesproken plaats, maar vanmorgen vonden we het onaangeroerd terug. Het gevolg is dat nu ook mijn andere kleren naar (Wims stinkende) sokken ruiken. Iets minder charmant…

We dalen af uit het dorp en zijn blij met de blauwe lucht, al weten we dat het vanmiddag weer gaat regenen. Dat beetje zon hebben we in elk geval dan toch maar weer gehad. Een viertal kilometer verderop komen we in het dorp Loures-Barousse. Wim gaat er twee koffiekoeken halen bij de bakker, terwijl ik bij de apotheker naar een oplapmiddel vraag tegen de stekende spierpijn in mijn dijbeen. Ik krijg vanalles toegestopt en geraak aan de praat met de apothekeres. Ik leg uit dat we naar het dorpje Fos lopen om daar de GR10 weer op te pakken. “Hoezo”, reageert ze verontwaardigd, “dat dorp bestaat niet meer. Ben je dan niet op de hoogte?” “Euhm, nee”, antwoord ik met vragende stem. “Het dorp is volledig van de kaart geveegd door de overstromingen”, verduidelijkt ze. Ik kan mijn oren niet geloven. Ze draait haar computerscherm naar me toe en toont me de vreselijke beelden van wat nog van het dorp overschiet. Ik ben sprakeloos. Twee dagen geleden belde ik nog met de “patron” van de gîte in Fos, die me wist te vertellen dat we vanuit het dorp onze tocht verder konden zetten omdat de sneeuw voldoende gesmolten was. En nu dit…?!

Ik reken af en loop naar buiten. Terwijl ik de straat oversteek roep ik naar Wim dat ik slecht nieuws heb. Mijn woorden zijn nog niet aan de overkant of ik krijg een pijnscheut in mijn been. “Aaauw”, schreeuw ik uit en ik mank verder richting Wim. Mijn pijn verbijtend doe ik het verhaal over Fos en leg ik Wim uit dat we de Garonne hier ook niet over kunnen. Alle bruggen schijnen hier ondergelopen en afgesloten te zijn. Voor de zekerheid ben ik nog eens naar onze contactpersoon in Fos. De man vertelt ons dat zijn gîte niet getroffen is door de overstromingen, maar de trilling in zijn stem zegt meer dan duizend woorden. Het is onmogelijk om naar Fos te komen, legt de man me zuchtend uit. Er schiet niets meer van het dorp over. Wanneer ik hem en zijn familie en vrienden veel sterkte toewens stokt zijn stem. Die van mij ook. Ik leg de telefoon neer en staar voor me uit. “Ongelofelijk”, fluister ik tegen Wim. Ik blijf het enkele keren herhalen. Het is het enige woord dat ik kan uitbrengen na dit aangrijpende telefoongesprek.

Terwijl we zittend op een muurtje alles even op ons in laten werken rijden ambulances, brandweerwagens en andere hulpdiensten met flikkerende lichten en luide sirenes af en aan. Ze zijn het tastbare bewijs dat dit alles helaas geen droom is… Wim vraagt aan een brandweerman of het écht zo erg is in Fos. Wanneer hij terug mijn richting uitkomt schudt hij terneergeslagen zijn hoofd. Geen Fos dus. En geen GR10. Maar hoe erg kan je dat vinden in vergelijking met het leed dat deze mensen allemaal moeten doorstaan…? We beseffen dat onze problemen relatief zijn en besluiten een koffie te gaan drinken in een bar om naar een nieuwe oplossing te zoeken. We zitten immers vast in dit dorp. We kunnen de Garonne niet over. En terug wandelen heeft ook geen zin.

Ik mank me een weg naar de bar. Steunen op mijn been is ondertussen volstrekt onmogelijk geworden. We worden er geconfronteerd met de beelden van wat er zich op nog geen vijf kilometer van ons momenteel afspeelt. Iedereen in de bar spreekt maar over één ding. Terwijl een hartverscheurend huilende vrouw geïnterviewd wordt blijven de hulpdiensten voorbij rijden. Nog nooit in mijn leven heb ik zoveel ambulances en brandweerwagens gezien. Ik begin te piekeren. Onze droom om de Middellandse Zee te bereiken wordt continu op de proef gesteld. Niet alleen door de grillen der natuur, maar ook omdat mijn been me niet meer dragen wil. Zonder het aan Wim te tonen pink ik een traan weg. Ik stel aan Wim voor dat àls we onze tocht moeten stoppen, we misschien enkele dagen in dit dorp kunnen blijven om de mensen hier te helpen. Wim knikt en knijpt me in mijn hand.

Maar laat ons vooral niet op de feiten vooruit lopen. Onze droom opgeven doen we hier en nu zeker nog niet…! Ik bel naar mijn moeder om haar gerust te stellen dat wij veilig zijn. Tijdens het korte gesprek passeren zeker nog eens twee brandweerwagens en drie ambulances. Het voelt allemaal zo onwerkelijk. Mijn moeder spreekt me troostende woorden toe. Het helpt.

Engelse vrienden van een collega van Wim wonen iets verderop. We hadden gepland om vandaag naar hen te stappen om er te overnachten. Omdat dat gezien de omstandigheden niet gaat lukken belt Wim Rob en Carol op. Hun dorp ligt wat hogerop. Zij hebben dus geen wateroverlast. Ze willen ons met de wagen komen halen in het dorp waar we vast zitten. Zo gezegd, zo gedaan. Een dik uur later staat Rob in de bar om ons uit onze benarde situatie te bevrijden. Onderweg naar zijn huis zien we de ravage die de Garonne aangericht heeft. We rijden langs Saint Béat, waar bomen, caravans en zelfs koeien tegen de brug te pletter zijn geslagen. Ik wil een foto nemen van al het puin dat langs de weg ligt, maar ik doe het niet. Ik weet niet precies waarom niet. Uit respect misschien, voor de twee doden die door de overstromingen gevallen zijn.

Wanneer we aankomen bij het huis van Rob krijgen we twee zoenen van Carol. Ze voelen eens zo hartverwarmend, in de schaduw van alle zorgen die de mensen hier hebben. We hadden een zetel verwacht om op te slapen, of gewoon een droge vloer om onze slaapmatjes op te leggen. Maar in de plaats krijgen we een half huis volledig ter onzer beschikking. Blijkbaar hebben ze een gîte, en mogen we daar rustig bekomen van al onze indrukken. Het is een prachtige gîte en we voelen er ons meteen thuis. Om mijn been te laten rusten leg ik er twee kussens onder. Over me leg ik een dekentje. Vanuit deze comfortabele positie kijken Wim en ikzelf een namiddagje tv. Mijn gedachten dwalen tijdens de film meermaals af. Een onvergetelijke huwelijksreis kan je dit alvast zeker noemen…

Om half acht zijn we uitgenodigd om te gaan eten bij Rob en Carol. Dankzij hen en DJ, een collega van Wim, wordt er goed gezorgd voor ons tweetjes. Wat morgen brengt is ook voor ons nog een groot vraagteken. Maar dat
is niet erg. Laat ons gewoon genieten van vandaag. Laat ons genieten van elkaar. En laat ons vooral beseffen dat niets vanzelfsprekend is. Zelfs niet een droog huis…

1 thought on “De Pyreneeënoversteek, Dag 18: Code rouge”

  1. Amai…. wat een verhaal… hoop dat de mensen daar er snel weer bovenop zullen komen en hoop dat jullie je tocht hebben kunnen verderzetten…

Leave a Comment

Your email address will not be published.