De Pyreneeënoversteek, Dag 19: Op het droge

Wat rook het heerlijk toen we gisterenavond bij Rob en Carol mee aan de tafel schoven voor het avondmaal. Hun dochter Lauren zette met plezier een stoeltje bij, toen het sappige varkensvlees met veel liefde op de borden gelegd werd. Ernaast schepte Carol een grote lepel rijst met erwten. De gekookte wortelen en bloemkool die het gerecht afmaakten deden aan de keuken van thuis denken. En zo is het eigenlijk maar net, want logeren bij Rob en Carol voelt net als thuiskomen. Als dessert kregen we charlotte voorgeschoteld. Maak je geen zorgen. Charlotte is niet de naam van hun tweede dochter, maar het is de naam van een gerecht op basis van vingerkoekjes, slagroom en fruit.

Na een verrukkelijk avondmaal en een al bijna even heerlijke nachtrust zet Carol ons terug op de plek af waar Rob ons gisteren kwam oppikken. Bij onze eerste stappen begint het alweer te druppelen. Erg veel aandacht besteden we er niet aan. Ondertussen zijn we dat slechte weer wel gewend. Bij de apotheker in het dorp ga ik nog wat medicatie halen, die gisteren mij een dokter nog voorgeschreven had voor de pijnlijke steken in mijn bovenbeen. Hopelijk kunnen de medicatie en het steunverband het verschil maken. De apothekeres herkent me nog van gisteren en zegt dat ze blij is dat we niet verder gestapt zijn. Ze had de hele dag aan ons gedacht, vertelt ze. Buiten zien we een grote groep studenten, die gewapend met schoppen en schuurborstels hun buurtbewoners uit het slijk gaan helpen.

Om het dorp uit te geraken moeten we over een brug, die nog steeds geblokkeerd is voor voertuigen. De overstroming heeft vlak voor de brug grote stukken asfalt uit de weg gesleten. Maar de brug zelf ziet er nog intact uit. Te voet kunnen we er wel over.

Aan de andere kant van de brug zijn we getuige van de ravage die de Garonne heeft aangericht. We zien een bootje liggen dat gisteren wellicht nog dienst gedaan heeft bij het redden van mensen. Op ongeveer een meter hoogte staat op de gevels van de huizen een lijn afgetekend. Enkele uren geleden moet het water nog tot hier gestaan hebben. Diepvriezers, zetels, gasketels, speeltoestellen en andere grote en kleine meubelstukken liggen in hoopjes verspreid langs de weg. Alles ziet pikzwart van het slijk. Er valt niets meer van te maken. We zien mensen hun huizen schoon schrobben, al lijkt het erop dat ze het zwarte slijk nooit nog van de muren en vloeren geveegd zullen krijgen.

Foto’s van de huizen maken we niet. Dat vinden we niet respectvol. Tenslotte hebben we geen foto nodig om deze beelden voor altijd met ons mee te dragen. Want dit is niet zomaar een ramp die we van dichtbij hebben zien gebeuren. Dit is een levenservaring. Eentje die beklijvend is en nooit meer uit mijn geheugen gewist zal worden.

Op het einde van de weg klimmen we een paar meter hoger. Het stelt niet veel voor, maar het is een wereld van verschil. Hier heeft het water geen schade kunnen aanrichten en bleven de mensen als bij wonder gespaard. Nog enkele meters verder lijkt er zelfs nooit een ramp geweest te zijn. En zo laten we bij elke stap die we zetten de ravage met alle emoties die erbij horen beetje bij beetje achter ons.

De route die we verder stappen kan ik niet anders dan saai noemen. Door het bos gaan is onmogelijk. De paden zijn weg gespoeld of veel te drassig. Daarom kunnen we niet anders dan voor asfaltwegen kiezen. Voor mijn pijnlijke been zijn deze goed begaanbare wegen niet eens zo’n slechte keuze.

Tijdens de lunch begint het opnieuw harder te regenen. Ik hang de regenhoes over mijn rugzak, en zelf prop ik me in mijn regenjas en regenbroek. We verlangen naar de zon, maar we voelen ons niet in ons recht om te klagen. We proberen dus de sfeer wat luchtig te houden en maken grapjes onder elkaar. Het lachen vergaat me enigszins, wanneer ik plots enkele stevige pijnscheuten in mijn been voel. “Verdomme”, vloek ik weinig elegant. Ik maak me boos op mijn been, wat niet erg logisch is. Moeten wij niet net bondgenoten zijn en in vriendschap samenwerken op deze tocht? De laatste kilometers tot het dorpje Aspet voel ik gelukkig geen pijn meer. Zou het gewoon een laatste stuiptrekking geweest zijn?

Toen we vanmorgen met onze rugzakken langs alle ondergelopen huizen wandelden, liet geen enkele getroffen bewoner het na om ons toch nog glimlachend “bonjour” te wensen. Iets dat ik bijzonder treffend vond. ‘s Avonds zijn we allebei diep in gedachten verzonken. We voelen hoe de streek haar wonden likt. Maar ook hoe ze moed verzamelt om zichzelf weer op te bouwen. Iets waar ze wonderwel in zal slagen. Daar twijfel ik geen seconde aan. Want hoewel je het in geen enkel woordenboek terug zal vinden, is veerkrachtigheid wel degelijk synoniem voor bergvolk…

1 thought on “De Pyreneeënoversteek, Dag 19: Op het droge”

Leave a Comment

Your email address will not be published.