Pyrenean Traverse FEATURE

De Pyreneeënoversteek, Dag 25: Bassiè(s) & Adriaan

Er vallen ijskoude witte vlokjes op mijn handen wanneer ik ‘s morgens de tent open rits. “Sneeuwt het?”, vraag ik vol ongeloof aan Wim. Ik krijg geen verstaanbaar antwoord. Wim heeft altijd iets langer nodig om wakker te worden. De eerste tekenen van leven verschijnen bij hem meestal maar pas bij de geur van koffie. Ik kruip de tent uit en zie dan dat het tentzeil wit gekleurd is. Het moet flink gevroren hebben vannacht, maar daar hebben wij in ons knusse nestje niet veel van gemerkt. Het is nog steeds ijskoud buiten. De koffie die ik in de voortent maak, kan mijn verkleumde vingers maar net voldoende opwarmen. Terwijl we de tent aan het afbreken zijn kruipt de zon langzaam boven de bergen uit. De koude zal zo wel snel verdwenen zijn. De refuge-hond komt nog een afscheidszoentje geven in de tent.

Langs grote bergmeren dalen we af uit het massief van Bassiès. Hier en daar ligt er nog sneeuw op het bevroren water. Het lijkt wel of we door een hagelwitte zee van de puurste diamanten stappen. Het is prachtig om te zien. Ik weet nu al dat ik dit stukje Pyreneeën nooit meer zal vergeten. Wim schiet een korte video van het adembenemende panorama. Ook hij is overweldigd door de schoonheid van deze plek. Ik vind het hartverwarmend om hem zo te zien genieten.

De GR maakt een omweg van wel vijf kilometer, die eerst diep in een vallei insnijdt richting het dorpje Marc, om er daarna via de bergflank aan de overkant weer uit te komen. De vallei recht doorsteken zou maar een half uurtje wandelen zijn, maar we besluiten om de omweg toch te doen. De GR stuurt ons niet zomaar over zoveel extra kilometers, bedenken we. In Marc is er vast iets fenomenaal te beleven.

De weg ernaartoe lopen we over een kilometerslang aquaduct dat met betonnen platen bedekt is. Het was jarenlang de enige watervoorziening tussen Auzat en Marc. In het begin vinden we het best leuk om even over dit historische bouwwerk te lopen. Zo krijg je toch weer even het gevoel dat je eens wat cultuur opdoet. Maar na een poosje begint het te vervelen. Beton is uiteindelijk ook maar beton. Dat hebben we meer dan genoeg in België, dus daarvoor zijn we niet naar hier gekomen…

Het dorpje Marc valt helaas ook wat tegen. En de beklimming erna van zo’n 500 meter beloont ons evenmin met prachtige panorama’s. Misschien zijn we in Bassiès te veel verwend, waardoor de verwachtingen vandaag iets te hoog gespannen stonden. Toch hebben we geen spijt van de lange omweg. Lelijk was het natuurlijk ook helemaal niet. En daarnaast zijn die extra kilometers weer een goede training voor de spieren.

We verlaten de GR om af te zakken naar Auzat. Dit doen we om twee redenen. Enerzijds willen we morgen de doorsteek naar Goulier maken, die via Auzat veel eenvoudiger te bereiken is. Anderzijds is er in Auzat de enige mogelijke bevoorradingsplek in vijf dagen tijd. Onze rugzakken gaan morgen dus weer uitpuilen!

Wim stelt zich Auzat voor als een heerlijk pittoresk dorpje met leuke restaurantjes en barretjes. Een imposante elektriciteitscentrale met veel roestige onderdelen en betonnen palen laten ons deze hoop al snel varen. Naast de lelijke elektriciteitscentrale heeft Auzat vrij weinig te bieden. Het enige restaurantje in het dorp serveert enkel ‘s middags maaltijden. En bij de “auberge” waar we naartoe verwezen worden doen ze blijkbaar ook niet aan maaltijden.

Omdat Wim echt wel wat meer wil dan een eenvoudige poedermaaltijd op ons gasvuurtje, gokken we op een dubieus schuurtje dat vlakbij de camping opgesteld staat. “Snacks – Pizza” belooft een rommelig bordje aan de buitenzijde. Het krakkemikkige hutje wordt met amper drie schroeven bij elkaar gehouden. Enkele opvallende figuren komen er als hangjongeren aan de toog hun avond verslijten. We hopen een pizza te scoren, maar om één of andere reden zou die pas tegen 21h besteld kunnen worden, zegt de jongedame bij het schuurtje. “Maar het kan ook 21h30 worden, of 22h”, voegt ze toe. Twijfelend of we dan toch maar die instant-pasta gaan opwarmen in de tent, biedt zich plots een andere jongedame spontaan als pizzabakker van dienst aan. Zij wil graag voor ons koken zegt ze. Pizza it will be, dus…!

Op de handgeschreven menukaarten die boordevol spelfouten staan kiezen we ons laatste avondmaal voor een aantal dagen hongeren. In afwachting dat de oven opwarmt drinken we elk een glas rosé. Als de pizza’s zo groot zijn als de glazen die we voor onze neus gezet krijgen, gaan we nog drie dagen kunnen eten van deze Italiaanse lekkernij. Maar de glazen rosé scheppen blijkbaar foute verwachtingen. De pizza’s komen flinterdun, niet bepaald groot, zonder ook maar enige smaak en vooral héééél erg zwart uit de oven. Maar we durven niet klagen, gezien de dames zoveel moeite gedaan hebben voor ons.

Na vijf minuten hebben we de platte schijf naar binnen gespeeld. We betalen en vertrekken richting onze tent. We hebben maar één blik in elkaars ogen nodig om het gasvuurtje schaterlachend aan te draaien en toch nog maar wat van die instant-pasta klaar te maken. We scheuren immers allebei nog van de honger.

Leave a Comment

Your email address will not be published.