The Pyrenean Traverse, Day 26

De Pyreneeënoversteek, Dag 26

Voor we op pad gaan vullen we onze rugzakken nog met al het lekkers dat we in het plaatselijke winkeltje kunnen vinden. Ik hoor een gezellige mollige dame van middelbare leeftijd tegen haar vriendin klagen over het weer. Uit het plaatselijke dialect meen ik ergens het woord “orages” op te vangen en ik vraag haar of we vandaag inderdaad onweersbuien mogen verwachten. Ze antwoordt bevestigend en slaat daarbij het dagblad open op de rubriek “Météo”. Al te slecht ziet dat er gelukkig niet uit. Nog een aantal dagen op de tanden bijten en dan zou de zomer er écht moeten aankomen.

De doorsteek naar Goulier gaat nog vlotter dan verwacht. Wanneer we er aankomen spreekt de burgemeester van het dorp ons aan. Hij is net bezig een aantal mensen in zijn dorp rond te leiden en is blijkbaar bijzonder trots op de vele “randonneurs” die door zijn dorpje komen.

Tijdens de lunch zien we een helikopter vanuit het dal opstijgen. Hij draagt een groot wit pak mee. Hij is onderweg om een berghut van voedselvoorraad te voorzien. Met onze ogen volgen we de helikopter tot er maar een kleine stip meer van hem overblijft. Uiteindelijk verdwijnt hij in de verte achter een rots.

Op de verdere route krijgen we een mooi zicht op het massief van Bassiès. We zien onze mooie herinneringen van gisteren er zelfs vanop afstand liggen. Vanuit dit perspectief is het bijna niet te geloven dat onze tent daar ergens hoog op de rotsen heeft gestaan.

Vandaag besluiten we de nacht door te brengen in het veel lager gelegen dorpje Siguer. Bij het gemeentehuis informeren we waar dat eventueel kan. We krijgen bij de feestzaal van het dorp een lokaaltje met twee stapelbedden van 3 hoog toegewezen. Er is zelfs een douche en toilet. Wat een luxe!

En dat is nog niet alles… Blijkbaar is er tóch een klein winkeltje in dit dorp. Het is nog maar een jaar open en is daarom nog niet opgenomen in de topogids. Hoewel we in Auzat al voor meerdere dagen inkopen hadden gedaan laten we ons in dit voedselpaleis weer helemaal gaan. De uitbater van de winkel doet ons zomaar een chocoladebroodje en een croissant cadeau. Verder leggen we zijn toonbank helemaal vol met dingen die er allemaal heel erg lekker uitzien. Ik vraag naar een flesje wijn en hij vult mijn drinkfles met rode wijn. Fantastisch, daar hadden we niet op gerekend!
De man maakt de rekening van onze aankopen en schrikt zelf bij elke prijs. Vreemd genoeg vindt hij zijn eigen prijzen veel te hoog. Daarom doet hij ons ook nog het flesje wijn cadeau. “Als huwelijkscadeau”, zegt hij. Tja, in winkeltjes als deze vertel je al eens een klein levensverhaal aan elkaar…

Morgen kunnen we nog vers brood bij hem kopen. En als we nog iets anders nodig hebben moeten we het maar zeggen, want hij gaat nog inkopen doen in de stad. We hebben verder niets nodig maar bedanken hem uitvoerig voor zijn aanbod. Morgen wil hij ook een ontbijt maken voor ons, als we dat wensen. En of! Afspraak morgenvroeg dus, om 8h30.

In onze feestzaal koken we – hoe toepasselijk – een feestmenu: poedersoep, quenelles van kalfsvlees uit blik met erwten en als dessert het chocoladebroodje en de croissant die we daarnet toegestopt kregen.

Het water in de douches is koud, hoewel ons beloofd werd dat het warm zou zijn. Maar we klagen niet. Warme douches of koude douches. Harde bedden of zachte bedden. Wat maakt het uit? Op een tocht als deze besef je eens te meer dat een mens echt niet veel nodig heeft om gelukkig te zijn.

Leave a Comment

Your email address will not be published.