De Pyreneeënoversteek, Dag 5: Buen camino!

Wanneer we ‘s morgens de tent openritsen is het meteen duidelijk: het wordt een grijze en sombere dag vandaag. De regenhoes gaat om de rugzak en de regenkleding zit grijpklaar. Bestand tegen weer en wind gaan we op pad. Terwijl we langzaam een weg naar boven klimmen, probeert ook de zon de bovenhand te krijgen. Langzaam maar zeker slaagt ze in haar opzet. Ze legt een gouden ochtendgloed over het ontwakende bos, dat nog in een slaperige nevel gehuld is. 

Wanneer we aankomen op de eerste col van de dag toont de zon trots dat ze de strijd gewonnen heeft. Vurig breekt ze door het wolkendek heen. Het moet zowat het zicht geweest zijn dat Edvard Grieg had, toen hij zijn meesterstuk “Morgenstimmung” schreef. 

De ochtend is inderdaad glorieus. Al snel verdwijnen onze fleecevesten in onze rugzak. Via een slingerend pad worden we van col naar col gestuurd. Een witte merrie staat gracieus op de top van een heuvelrug. Er staan nog enkele andere paarden rond. Maar van haar houding is duidelijk af te lezen dat zij het is, die het hier voor het zeggen heeft. Ze straalt levenservaring en wijsheid uit. Rust en kracht. Haar manen waaien in de wind. Maar het prachtige beest verroert geen vin wanneer we het passeren. Met haar strakke blik dwingt ze zelfs bij ons respect af.

We klimmen veel en lang over goed begaanbare paden. Een hele tijd zelfs over verharde boswegen. Ondanks het saaie asfalt onder de voeten, verveelt de route eigenlijk nooit. Gaandeweg verliest de zon weer aan terrein en moeten we onze lichamen terug in warme jassen verpakken.

Op de Col de Roncevalles ontmoeten we pelgrims opweg naar Santiago de Compostela. Ze vragen ons waar de “albergue” ligt. Doordat ik zelf enkele jaren geleden ook te voet naar Compostela wandelde, voel ik mij al snel verbonden met de pelgrims. Ik koos destijds een andere route en was nog nooit eerder op deze plek, maar toch wijs ik hen de juiste weg. “Buen camino”, roep ik hen na, terwijl ik samen met Wim de tegengestelde richting kies. 

We krijgen geregeld stevige wind te verduren, wanneer we stijgen tot de hoogste col tot nu toe: 1440 meter. Bij het afdalen ontmoeten we nog meer pelgrims. De ene is al wat meer gehavend dan de andere. Ze liggen in hoopjes tussen de vers gevallen sneeuw.

Sneeuw, inderdaad… Dat lees je goed. Het is voor deze tijd van het jaar een uniek en voor ons misschien wel dramatisch weersverschijnsel. Niet veel later krijgen we zicht op de hoge reuzen van de Pyreneeën waar we straks over moeten. We slikken even wanneer we zien dat ze stuk voor stuk nog onder een dikke laag sneeuw liggen. 

We dalen nog meer dan drie uur af en eindigen uiteindelijk in een dikke mist op de slaapplek van vanavond. We vinden langs het pad een metalen hutje, waar we beschut de nacht kunnen doorbrengen. Het is stoffig en behoorlijk armzalig ingericht. Net zoals het hoort op een trektocht als deze. In een kast vinden we enkele voedingsmiddelen. De etiketten zijn onder een dikke laag stof nog nauwelijks leesbaar. We laten ze staan voor een eventuele volgende gestrande wandelaar. Wij hebben nog voldoende lekkers in onze eigen rugzak, en blijven daarom braafjes van het noodrantsoen in de kast af. 

 

Op het kleine wiebelende tafeltje eten we ons avondmaal. Ik ga zitten op een boomstronk, terwijl Wim luxueus kan dineren op een stoel. We vinden deze eenvoud onbetaalbaar en prijzen ons doodgelukkig dat we deze ijskoude nacht een dak boven ons hoofd hebben… 

 

Leave a Comment

Your email address will not be published.