De Pyreneeënoversteek, Dag 9: De verschrikkelijke sneeuwman

Bij de eerste slaap die we vatten worden we plots opgeschrikt door het geroep van een wild dier vlakbij onze tent. Het lijkt op het blaffen van een grote hond. Maar het klinkt akeliger, luider en scherper door het dal. Het geschreeuw moet een paar honderd meter van onze tent verwijderd zijn. Maar geen stress… We leggen gewoon een ijsbijl, een aansteker en een bus deodorant wat dichterbij. Je weet wel, just in case.

We vallen in slaap en slapen best goed. tot ik vele uren later gestommel hoor buiten de tent. Zware voetstappen komen langzaam dichterbij.

Ik maak Wim wakker: “Schat, er staat een beest bij onze tent. Het kan gerust een hert zijn, maar…” Het beest onderbreekt me met het akelige geschreeuw dat we eerder deze avond al hoorden. Het snijdt door merg en been. Onze adem stokt. We durven niet te bewegen in onze slaapzak. Opnieuw een schreeuw. Het geluid galmt doorheen de vallei. Onze zintuigen staan op scherp. En hoewel we het wellicht nooit zullen toegeven, zijn we allebei doodsbang. Wanneer minuten later het gekrijs van het beest verder en verder van onze tent weg te horen is, durven we eindelijk weer te ademen. En ongeveer een uur later denk ik dat we zelfs weer een oog dicht durven doen.

‘s Morgens zien we sporen van onze nachtelijke bezoeker. Helaas enkel door wat opgewerkte bladeren. Echte voetafdrukken vinden we niet, waardoor we wellicht nooit zullen weten met wie we de eer hadden vannacht.

Onze route vertrekt “off road” tot we weer de GR-route te pakken krijgen. Niet alleen het bos, maar de hele GR is verlaten. We belanden in een sneeuwlandschap. Het ligt vlak boven een skioord. In de zachte sneeuw hebben wintersportfanaten met hun ski’s en snowboards honderden rechte lijnen getrokken. Een week geleden moeten de skiliften hier nog op volle toeren hebben gedraaid. Maar nu is alles verlaten en het skioord ligt er doods bij. Gewapend met handschoenen en muts trekken we naar boven door de sneeuw. Omdat we via de blauwe skipiste naar boven wandelen, valt het aanvankelijk eigenlijk allemaal best wel mee. Beetje frisjes, beetje gladjes, maar veilig.

Maar dan is er plots geen blauwe piste meer. Er is ook geen pad. Geen GR. Of geen voorganger die voetstappen in de sneeuw heeft achtergelaten voor ons. Wij zijn de eerste passanten deze zomer door dit hagelwitte sneeuwlandschap.

Wim gebruikt zijn gps om enigszins de juiste richting aan te houden. We vermaken ons best terwijl we door de sneeuw ploeteren. Maar aan die pret komt abrupt een einde, wanneer we beiden meermaals met één been volledig in de sneeuw wegzakken. Ik schaaf mijn benen terwijl ze langsheen rotsspleten afschuren. De kleine kraters in de sneeuw zijn bijzonder verraderlijk. Het is een wonder dat niemand ernstiger gewond geraakt.

Ik zak opnieuw weg en verdwijn tot aan mijn heupen volledig in de sneeuw. Mijn voet zit gekneld en ik kan mezelf niet bevrijden. Terwijl Wim me met zijn handen uitgraaft voel ik dat mijn lichaam razendsnel afkoelt. Ik bibber over mijn hele lijf wanneer ik terug met beide voeten op de grond sta.

Terwijl we ons verder een weg naar boven banen, merken we dat we toch niet alleen zijn op deze berg. We zien een verse voetafdruk van een beer in de sneeuw. We kijken rondom ons, maar hij heeft zich goed verstopt. We zijn er toch niet helemaal gerust in, en voeren het tempo op.

Na verloop van tijd moeten de stijgijzers aan en ook de ijsbijl gaat aan de hand. Een goede keuze, zo blijkt. Want plots begin ik te glijden en kan de functionaliteit van mijn nieuwe ijsbijl meteen getest worden. Na een vijftal meter brengt hij mij perfect tot stilstand. Ik voel ijskoude sneeuw tot in mijn onderbroek kruipen, maar ik ben niet volledig tot beneden gegleden. Prima materiaal dus!

Na het bereiken van de top moeten we een steile besneeuwde helling passeren, waar onze klimtechnieken flink op de proef gesteld worden. Wim schuift tot drie keer uit en hangt met zijn hele gewicht aan zijn ijsbijl te bengelen. Dat niemand van ons beneden in het steengruis beland is, mag gerust een wonder genoemd worden.

De verdere afdaling verloopt gelukkig vlot. Maar we beseffen dat we vandaag flink wat risico’s genomen hebben. Dat we geen voetsporen in de sneeuw zagen – toch geen van menselijke aard – is niet zonder reden natuurlijk. Het is simpelweg te gevaarlijk om hier te klimmen.

In elk dorp dat we passeren zegt de lokale bevolking dat de GR10 niet te bewandelen is, vanwege de sneeuw. Naast verraderlijke kraters door de smeltende sneeuw, is er ook lawinegevaar. Morgen moeten we nog eens 500 meter hoger klimmen dan vandaag. En daar zou de sneeuw wel drie meter hoog liggen!

Wanneer we na een lange afdaling terug met onze voeten in het veilige groene gras belanden, halen we opgelucht adem. Maar we moeten de feiten onder ogen zien. Als wij na onze huwelijksreis nog “lang” en gelukkig samen willen leven, moeten we de Pyreneeënoversteek misschien toch maar uit ons hoofd zetten. Vandaag namen we al veel te veel risico’s. Morgen zullen we noodgedwongen andere keuzes moeten maken.

Wim ziet de teleurstelling in mijn ogen. Ik vraag hem om pas morgen definitief de knoop door te hakken. Laat mij vandaag alsjeblieft nog dromen. Al is het maar voor even. Laat mij vandaag nog dromen dat we het zullen halen. Laat me dromen dat – hier en nu – alles nog mogelijk is…

 

Leave a Comment

Your email address will not be published.