De Pyreneeënoversteek, Dag 3: Pain is the limit

Het belgerinkel van slaapwandelende paarden heeft me uit mijn slaap gehouden. De verlaten koeienstal was dus niet zo verlaten als eerst gedacht. En koeien waren het blijkbaar ook niet. In het normale leven zou een slechte nachtrust je met een behoorlijk miserabel ochtendhumeur opzadelen, maar hier toveren de donzige witte wolken, die lekker dicht op elkaar gepakt in het dal aan het uitslapen zijn, al meteen een glimlach op mijn gezicht. Heldere parels hangen in het lange gras. Ze maken mijn sokken nat terwijl ik de tent help opruimen.

Wanneer we onze mooie maar ietwat luidruchtige slaapplaats achter ons laten geraken we al meteen de weg kwijt. Na een beetje zoeken komt het gelukkig toch al snel weer goed. We volgen een breed zandpad dat op sommige plaatsen flink naar de haaien is geholpen door een tractor of ander stoer landbouwersgeschut. We zigzaggen links-rechts-links een heuvel op, en worden over de binnenkoer van een boerderij gestuurd. Een dreigende bordercollie doet ons twijfelen of we nog wel op de juiste route zitten. We zetten toch door en negeren de blaffende viervoeter die onze aanwezigheid duidelijk niet op prijs stelt. Voorbij de boerderij zien we een wegwijzer die bevestigt dat we toch nog juist zitten. De wegwijzer stuurt ons naar een nabijgelegen bron, waar Wim meteen zijn oververhitte kopje onder steekt.

Er staan enkele picknickbankjes bij de bron, dus we besluiten wat te eten. Een groepje grijze mannen doet hetzelfde. Ze lijken geïnteresseerd in onze wandelplannen en stellen ons enkele vragen. We glimlachen vriendelijk en antwoorden “English? Français?”, waarop de mannen gewoon even vrolijk verder blijven praten in een onverstaanbaar Spaans…

Met goed gevulde drinkflessen gaan we weer op pad. Wim krijgt bijzonder veel last van de heupriem van zijn rugzak. Ik zie hem af en toe een pijnlijk gezicht trekken, en begin me wat zorgen te maken. Ik help hem zijn rugzak beter af te stellen en merk dan dat hij een wonde en een flinke blauwe plek op zijn heup heeft. Logisch dat dat pijn doet natuurlijk. Van verzorgen wil hij niets weten, dus loopt hij heldhaftig met zijn blessure verder. “The unbreakable”, denk ik. Maar toch maak ik me wat ongerust. Dat de hitte hem ondertussen ook stilletjes aan klein aan het krijgen is, maak het er niet beter op.

Ondanks alle beginnerspijntjes wandelen we vlot door. We knijpen elke keer enkele minuten van de aangegeven wandeltijden die op de wegwijzers staan af. Het geeft ons moed. In het midden van een bos passeren we onverwacht een metershoge donjon. Verderop zien we een stenen schuilhut, die minstens zo oud oogt als de donjon. Met zijn afgeronde, brede heuveltoppen ziet zelfs het landschap er oud uit.

Wanneer de zon haar hoogste punt bereikt, bereiken wij ook het onze. Wim bezwijkt onder de hitte en stort bijna in elkaar wanneer we de top bereiken. Er staat een betonnen hutje, waar we enkele centimeters schaduw kunnen vangen. Wim gaat er tegenaan zitten. Hij sluit zijn ogen en samen beseffen we dat dit niet zomaar een huwelijksreis zal worden. No pain, no gain…

Wanneer we bekomen zijn dalen we af naar een dorp waar we eindelijk de juiste gasflesjes vinden voor ons pitje. Wim koopt wat aardbeien en perziken bij een fruitwinkeltje. We trakteren onszelf op twee plaatselijke biertjes, en doen dan inkopen in de supermarkt. Met een overvolle winkelzak gaan we op zoek naar een kampeerplek vlak buiten het dorp. Dat blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan. We moeten heel wat meters klimmen en sukkelen daarbij wat met de onhandige winkeltas, die we weinig ergonomisch tussen ons tweetjes in dragen. Met een schouder die half uit de kom getrokken is, krijgen we gelukkig van een boer de toestemming om de tent op zijn veld op te slaan. Bovenop de heuvel genieten we van de ondergaande zon. Ons gaspitje wordt met een overheerlijke paellaschotel ingewijd. Een flesje wijn maakt het feest compleet. Alle spieren en botten in ons lijf doen pijn. Maar we hebben het perfect naar onze zin…

 

Leave a Comment

Your email address will not be published.