Mount Everest Base Camp Trek, Dag 1: Lukla – Phakding

460 meter en een hellingsgraad van 12%… Deze cijfers spoken al een hele dag door mijn hoofd. Het zijn de afmetingen van de luchthaven van Lukla, waar we straks met ons gammele sportvliegtuigje moeten landen. En om het allemaal nog een graadje erger te maken: aan het einde van de startbaan ligt ook nog eens een ravijn van niet minder dan 700 meter diep! Je hebt meteen begrepen waarom de luchthaven van Lukla al dertig jaar bestempeld wordt als de meest extreme en de gevaarlijkste luchthaven van de hele wereld. Internet slaat je bij wijze van sensatiezucht om de oren met lange lijstjes van ongevallen, die de luchthaven al op haar naam heeft mogen schrijven. Ook de vliegtuigmaatschappij waar wij mee vliegen is niet ongeschonden uit de strijd gekomen. De laatste jaren tekenden zij zo’n drietal crashes op. De laatste was de ergste. Door snel opkomende mist verloor de piloot aan zichtbaarheid, waardoor het vliegtuig tegen de bergwand crashte. Alle inzittenden kwamen om het leven.

Een webcam toont ons dat het ook vandaag erg mistig is in Lukla. Door het slechte weer blijft ons toestel aan de grond. Maar na vijf uur wachten komt er verandering in, en mogen we alsnog boarden. We worden met een bus naar een klein sportvliegtuigje gebracht, waarin maar plaats is voor 14 passagiers. Tot onze grote verbazing zit er een man op één van de vleugels van het toestel. Hij is – geen grap – bezig een herstelling uit te voeren met Duct tape. Gecombineerd met het bedenkelijke prestige van de landingsbaan waar we naartoe vliegen, slaat mijn hart dubbel… Is het wel verstandig om aan boord te gaan van dit aan elkaar getapete toestel? De drang om aan de tocht te beginnen is gelukkig voldoende groot om me te overhalen in te stappen.

De piloten zitten in dezelfde ruimte als de passagiers, waardoor we een mooi beeld krijgen op de honderden knopjes en wijzertjes die de kockpit rijk is. Een stewardess in lokale klederdracht deelt oordopjes uit, die ons moeten beschermen tegen het oorverdovende geronk van de motoren. Het vliegtuigje gaat op en neer door het wolkendek. Een dame langs me grijpt naar een zakje wat ze zo deftig mogelijk vult met haar vers verteerde lunch. Na veertig minuten arriveren we behoorlijk spectaculair op de beruchte landingsbaan van Lukla. Zonder kleerscheuren. Oef!

In een vervallen hutje worden onze rugzakken op een toog gegooid. Gesofisticeerde bagagebanden zijn hier niet. Buiten staat een tiental sherpa’s te wachten om kilo’s bagage op de schouders te tillen. Ze kijken ons vragend aan wanneer ik mijn 21kg en Wim zijn 23kg op de rug hangen. Sorry jongens, wij hebben geen werk voor jullie. Ook Ramji staat ons op te wachten. Hem hadden we op de luchthaven van Kathmandu al leren kennen. Redelijk opdringerig bood hij daar zijn diensten als gids aan. En zelfs een privé-helikoptervlucht, mocht ons vliegtuig niet opstijgen. Voor maar 1000 dollar. Een prijsje… Al sprak de piloot ons later persoonlijk aan en bleek de prijs plots wonderbaarlijk gezakt te zijn naar 500 dollar. We geven Ramji een hand en laten hem werkloos op de luchthaven van Lukla achter. Hopelijk krijgen we geen spijt van deze keuze, want we merken al snel dat vrijwel alle andere hikers wél een gids onder de arm nemen.

We klimmen verder het dorp Lukla binnen en vinden bij één van de vele geïmproviseerde outdoorwinkels een gasflesje voor ons pitje. We schaffen ons ook de verplichte permit aan en beginnen aan ons grote avontuur.

Al bij de eerste afslag had Ramji zijn nut kunnen bewijzen, want we lopen al meteen fout. Enkele werkmannen roepen ons toe en wijzen ons de juiste weg. Hoewel het eerste deel voornamelijk dalen is, begint mijn rugzak al flink door te wegen.

Het zweet sijpelt van mijn rug naar beneden. Iets waar de sherpa’s duidelijk minder last van hebben. Mijn mond blijft open vallen van verbazing, wanneer ik zie wat zij allemaal mee slepen. Naast bagage van wandelaars, sleuren ze ook met grote zakken en dozen vol voeding om de lodges en lokale bevolking te bevoorraden. Wegen zijn hier immers niet. Je kan enkel via een wandelpad van dorp tot dorp wandelen. De jongste sherpa’s lijken nog geen twaalf jaar te zijn, terwijl de oudsten ver de zestig moeten gepasseerd zijn.

We wandelen langs ongelooflijk gezellige dorpjes met uitnodigende barretjes. Ze zien er vreselijk aanlokkelijk uit, maar doordat onze vlucht zoveel vertraging had kunnen we niet anders dan gedisciplineerd door stappen.

Even stoppen we om een banaan te eten en een pijnstiller te nemen. De luide motoren van ons sportvliegtuigje brommen immers nog steeds na in mijn hoofd.

Na een kleine tweeëneenhalf uur stappen arriveren we in Phakding. We hebben gemerkt dat een tent opslaan naast het pad door de rotsen en steile hellingen onbegonnen werk is. Daarom delen we samen met twee sherpa’s een grasveldje bij een lodge. We mogen er gratis bivakkeren als we een maaltijd nuttigen. De deal is snel beklonken.

Wim eet een kom champignonnensoep en ik kies voor de zogenaamde sherpasoep, wat een romige groentesoep blijkt te zijn. Daarna krijgen we een overheerlijke groentecurry met kip voorgeschoteld. We blazen in de lodge nog onze slaapmatjes op, waarna één van de gidsen ons komt zeggen dat hij het fantastisch vindt dat wij de tocht al bivakkerend en met eigen bepakking doen. “Dat is pas echt hiken”, zegt hij met een goedkeurende blik. Na het seizoen trekt hij er ook met de tent op uit. “Twee maanden naar India om vakantie te nemen”, legt hij uit. Tja, de Everest Base Camp Trek is inderdaad werken voor hem. En voor ons precies ook een beetje. Want ondanks de korte tocht van vandaag ben ik werkelijk doodop. Het is nog geen 21h wanneer we ons bed naast de sherpa’s opzoeken. Al pakken we natuurlijk nog een klein slaapmutsje uit de hut mee. Kwestie van dat we ons een beetje warm moeten houden in de tent…

Follow us on social media

Sharing is caring!

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *