Mount Everest Base Camp Trek, Dag 10: Dragnag – Dzongla

De ochtend begint goed. Wim poetst zijn tanden met oogzalf. Dat krijg je, als je man in je toiletzak begint te rommelen. Het uitzicht waarin we onze tanden poetsen is echter wel prachtig. Op zich ook al een unieke belevenis.

Maar vandaag wordt het vast nog veel unieker dan dat. We moeten immers de beruchte Cho-La pas over. Een pas waar andere hikers ons al sinds dag één schrik voor aan proberen te jagen. Nu weten we door ervaring wel dat we die verhalen met een flinke korrel zout moeten nemen, maar toch. We nemen het zekere voor het onzekere en spelen een stevig ontbijt naar binnen.

De muts en handschoenen gaan aan, evenals een base-layer, t-shirt, fleece en donsjas. Het landschap is bezaaid met witte vlekken van de nachtvorst en de zon staat nog niet hoog genoeg aan de hemel om onze koude wandelvoetjes te verwarmen.

Het is 6h15 wanneer we onze eerste stappen op onze druk gevulde wandeldag van vandaag zetten. Het gaat meteen bergop. Niet minder dan 700 hoogtemeters moeten we vandaag bedwingen. Op deze hoogte voelt dat als het driedubbele. We volgen een vallei bergopwaarts die gevormd is door een rivier. Ons pad zelf loopt op sommige momenten meer dóór die rivier dan ernaast en op de meeste plaatsen is ze zelfs bevroren. Een Tibetaanse sneeuwhaan duikt weg wanneer we hem passeren. Even later vliegt een hele groep over, terwijl ze luidkeels aan ons duidelijk maken dat zij de bazen zijn van de vallei.

Op de hoogteprofielkaart hadden we vanmorgen gezien dat we eerst een lager gelegen bergpas over moeten. Daarna moeten we een stuk afdalen om uiteindelijk het laatste steilste – en dus beruchtste – stuk aan te vatten. Het eerste deel gaat vrij vlot. Zeker wanneer ik de top van de eerste pas in het vizier krijg. Wanneer ik die echter bereik, merk ik dat de top nog een heel stuk hoger ligt en verborgen lag achter deze richel. Ik krijg mentaal vrijwel direct een harde slag te verwerken en sleep me knarsentandend omhoog naar de echte bergpas.

Ik ben even flink over mijn reserves gegaan en vul ze snel weer aan met een paar droge koekjes, die de eigenaar van de lodge ons toegestopt had. Het uitzicht dat we hier hebben voelt nu al buitenaards. Wat moet dat straks op de Cho-Lo pas niet zijn?

Wanneer we allebei het gevoel hebben klaar te zijn voor de laatste loodzware uren, gaan de rugzakken weer aan. We kijken nu recht op de pas waar we over moeten. En die ziet er ontzagwekkend uit. Het is een steile, rotsige bergwand met sneeuwvelden hier en daar, die bijna onbeklimbaar lijkt. Op zo’n momenten ben ik blij dat mijn moeder niet mee kan kijken, want zij zou terstond een helikopter regelen om me van de berg te plukken.

Na de korte afdaling achter de eerste bergkam, moeten we over grote rotsblokken weer omhoog. Het pad is niet overal goed te onderscheiden, maar het lukt prima om de juiste weg te vinden. Na verloop van tijd wordt het pad (nuja, de rotsen) steiler, en is het bedekt met sneeuw en ijs. Hier en daar is het echt klauteren geblazen. Op een gegeven moment heb ik me op handen en voeten in zo’n benarde situatie gebracht dat ik even niet goed weet wat mijn volgende “move” gaat zijn. Alles is bedekt in spiegelglad ijs en achter me voel ik het diepe ravijn in mijn nek hijgen. Maar het kan ook Wim geweest zijn, want ook hij roept me toe dat hij ongunstig tegen de rotsen plakt en niet meer achteruit kan om plaats te maken voor mij. Enkele meters boven me staat een Spanjaard te roepen dat het alleen maar erger wordt en we een ijsbijl nodig hebben om naar de top te klimmen. Die “aanmoedigende” woorden helpen natuurlijk niet op momenten als deze. En al zeker niet als je weet dat we onze ijsbijl enkele dagen geleden in een hut achtergelaten hebben om later weer op te pikken, omdat enkele gidsen ons vertelden dat een ijsbijl niet nodig zou zijn.

Ik probeer mijn hand naar een hogere rots te brengen en weet me op één of andere manier terug in een veilige positie te trekken. Wim volgt moeiteloos. Ik heb enkele seconden nodig om op adem te komen en klim daarna samen met Wim in één stuk door naar de top. Zonder ijsbijl. Wat een paniekzaaier, zeg…

Boven op de top gaan de wolken de strijd aan met de zon. Het is onduidelijk wie de battle gaat winnen. Tussen de opklaringen door zien we dat zich opnieuw een volledig nieuwe wereld voor ons opent. Meters onder ons zien we een ijsmeertje waarin een prachtige gletsjerwand uitkomt. We blijven niet lang hangen op de top, want mijn hoofd staat alweer op springen door de hoogte. De Cho-La pas bevindt zich op niet minder dan 5420 meter hoogte. Dat is 600 meter hoger dan de Mont Blanc.

Net voor we willen afdalen trekt Wim een jonge sherpa aan de oren. De sherpa had zijn fles water leeg gedronken, om daarna zonder aarzelen als een volleerde Messi naar beneden te sjotten in het ijsmeer. Niet bepaald een plaats waar iemand de komende jaren op een eenvoudige manier vuil gaat kunnen rapen… Echt jammer om te zien dat de lokale bevolking zo onzorgvuldig met hun eigen prachtige natuur omgaat.

Het pad naar beneden begint eerst zeer steil, maar de hellingsgraad zwakt af wanneer we in een eindeloos sneeuwveld belanden. Wim is duidelijk aan het genieten en zet zijn lichaamstaal kracht bij met de woorden dat hij dit tot nu toe het mooiste stuk van de tocht vindt. En dat kan ik alleen maar beamen.

We kruisen een klimmende sherpa met stijgijzers aan de voeten. Hij raadt ons aan om deze ook aan onze schoenen te binden voor het stuk dat komen gaat. We volgen zijn advies op en merken al snel dat ze inderdaad goed van pas komen.

Voorbij de sneeuw gaan we even op enkele rotsen zitten om te picknicken. Ik neem er mijn gebruikelijke paracetamolcocktail bij en blijf jaloers op Wim, die buiten kortademigheid weinig last blijkt te ondervinden van de hoogte.

Op het laatste stuk voelen we ons heerlijk alleen op de wereld. Een uitgestrekte vallei, die bezaaid is met dor gras, biedt ons een relatief vlak pad waar we snel over kunnen vorderen. Vóór ons zien we de hoogste bergen ter wereld met hun rotsige schouders en besneeuwde toppen. Achter ons blijven we zicht hebben op de indrukwekkende Cho-La pas, die zich ondertussen in een grijze, natte mist heeft ingepakt. Hoofdpijn of niet. Dit is genieten.

Een laatste kleine klimmetje brengt ons bij Dzongla. Een plaatsje dat wat ons betreft geen kilometer verder had moeten liggen. Moe maar voldaan kijken we tijdens een kaartspel aan de kachel (waarbij ik Wim natuurlijk compleet inmaak) terug op een zware, maar oh zo verrijkende dag…

 

Follow us on social media

Sharing is caring!

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *