Mount Everest Base Camp Trek, Dag 2: Phakding – Namche Bazar

Rond 3h ’s nachts worden we allebei uit onze slaap gehouden door de tikkende regen op het tentzeil. Wanneer we uiteindelijk rond 6h opstaan, hangt er nog steeds veel mist. Maar het is wel droog. We drinken een koffie in de lodge, breken de tent op, laden onze rugzakken weer in, nemen onze dagelijkse dosis medicatie tegen hoogteziekte en vertrekken op pad.

Na enkele honderden meters moeten we een wiebelende hangbrug over. We vinden het best spectaculair, maar beseffen op dat moment nog niet dat we er vandaag nog zes meer over moeten. De ene wiebelt daarbij al wat erger dan de andere. Een boer die zijn zwaar beladen yaks (dat zijn de lokale runderen met grote horens) over één van de bruggen moet leiden slaat met een stok bijzonder hard tegen de billen van het achterste rund. De boer is boos op zijn yak, want hij loopt wat te dicht tegen de kant van de brug. En de scherpe uitstekende metalen draden aan de reling – waar ook ik een schaafwonde door heb opgelopen – snijden de lading op zijn rug open. Hierdoor belandt er kostbaar hooi meters lager in de rivier. Het beest begrijpt totaal niet waarom hij ervan langs krijgt, en mijn kleine dierenvriendenhartje breekt. Ik fluister het arme dier wat troostende woorden toe wanneer ik hem voorbij steek. Alsof hij begrijpt wat ik bedoel, port hij zachtjes met zijn horens in mijn poep.

We wandelen een dorpje door, waar een kind het hoofd uit een raam steekt. “Chocolate”, vraagt hij allerschattigst. Hij wordt meteen door zijn moeder op de vingers getikt. Als we chocolade bij zouden hebben, hadden we het lieve jongetje zeker enkele repen van onze nationale trots gegeven.

In één van de volgende dorpjes eten we een appel op enkele aan elkaar genagelde planken, die samen dienst moeten doen als bankje. Clauthilde loopt ons voorbij. Clauthilde is een Française, die we op de luchthaven van Kathmandu hebben leren kennen. Samen met haar Canadese vriendin Lindsey loopt ze ook de Everest Base Camp trail. Ze hebben weinig ervaring in het hooggebergte en we zijn bang dat ze het wat onderschatten. Daarnaast blijkt dat Lindsey Clauthilde achtergelaten heeft, gezien ze een hoger tempo had. Een beslissing die we maar moeilijk kunnen begrijpen. “The number one rule” in het hooggebergte is dat je je hiking kameraden nooit alleen achterlaat. Op dit gedeelte van de tocht is het misschien nog niet zo gevaarlijk, maar eens we de 4000 hoogtemeters gepasseerd zijn is dit toch echt geen aanrader meer. Clauthilde lijkt het zich allemaal niet zo aan te trekken en zegt dat haar vriendin in het Dorpje Monjo wel op haar zal wachten. Dat blijkt echter valse hoop te zijn, want enkele kilometers verder zien we in Monjo dat Clauthilde nog steeds moederziel alleen is.

In Monjo staat een klein hutje, waarin een militair in uniform de wacht houdt. Hij controleert of elke hiker de verplichte permit gekocht heeft, die je toegang geeft tot het Sagarmatha Nationaal Park. De lokale bevolking noemt de Mount Everest trouwens de Sagarmatha, vandaar dus de naam van het park. Wim laat onze permits afstempelen en via een mooie toegangspoort lopen we het natuurpark binnen. We krijgen zicht op kolossale bergen, die ons er meteen weer aan herinneren waarom we naar hier gekomen zijn.

De zon breekt door en we maken van de gelegenheid gebruik om even aan de oevers van een rivier te picknicken en onze natgeregende tent te laten drogen.

Even verderop zien we twee hangbruggen boven elkaar op indrukwekkende hoogte. Het is over de bovenste dat we heen moeten. Een steil pad brengt ons er naartoe.

Aan de reling van de brug wapperen ontelbaar veel kleurrijke gebedsvlaggetjes in de sterke wind. Het is er koud, al krijgen we het tijdens de daaropvolgende klim snel genoeg weer warm.

Het is nog 400 meter klimmen tot het eindpunt van de dag, maar het voelt als 1000 meter. Wim krijgt onderweg last van zijn ademhaling. Ik twijfel of het aan de hoogte ligt, of is het gewoon door zijn astma?

We blijven continu in het kielzog lopen van een sherpa, die gebukt onder een flinke lading voedingsmiddelen naar Namche Bazar stapt. We steken elkaar een paar keer voorbij. Uiteindelijk winnen wij de “wedstrijd” en komen wij als eersten aan in Namche Bazar. Om wat op krachten te komen, drinken we wat in een gezellige bar. We hebben er zicht op de nieuwe stoepa, die pas gebouwd is in het dorp. Drie dagen lang feesten de inwoners van Namche Bazar om de stoepa deftig in te wijden. We zien mensen in traditionele klederdracht en horen monniken nonstop gebeden “hummen” (want een ander woord heb ik daar niet voor). Niet meteen te vergelijken met een Belgisch feest dus, waar de vaten bier na dag één waarschijnlijk al allemaal leeg gedronken zouden zijn.

We gaan op zoek naar een slaapplek. Deze keer overnachten we niet in de tent, maar zoeken we “echt” onderdak. We blijven immers twee dagen in Namche Bazar en houden morgen een acclimatisatiedag, waarbij er een kortere tocht naar een iets hogere hoogte op het programma staat. We willen niet geveld worden door hoogteziekte, dus volgen alle advies tot in de puntjes op. Over enkele dagen zullen we nog een tweede acclimatisatiedag houden.

In de eerste de beste lodge die we tegenkomen kunnen we een kamer krijgen voor 300 Nepalese Roepies. Dat is minder dan €3 per nacht. Daar kan een mens niet voor sukkelen… We krijgen een kamer van 2 meter bij 2 meter, zonder stopcontacten, noch verwarming en slechts matig licht. Het deken dat op het bed ligt lijkt in geen maanden meer gewassen te zijn. Maar ach, we hebben onze slaapzakken bij. We nemen nog even tijd om het dorp te verkennen en sluiten de avond af met een kaartspel en liters gemberthee. Ook dat blijkt een middeltje tegen hoogteziekte te zijn. Nu maar hopen dat het werkt.

Follow us on social media

Sharing is caring!

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *