Via Alpina, Dag 1: Sargans – Glatti

Na brood en de nodige ingrediënten voor het avondeten gekocht te hebben in de supermarkt van Sargans snijden we onze grote Via Alpina uitdaging met twee dagen vertraging aan. Wat hebben we er zin in! Eerst volgen we te voet de spoorlijn, waarlangs we gisteren in het dorp aangekomen zijn. Dan nog even een verharde weg, om daarna via een stijgend pad ons op hoogte te brengen. Langzaam maar zeker vervagen de stadsgeluiden en neemt een vogelorkest het over. Hier en daar geeft een klingelende koebel het juiste ritme aan.

Wanneer het pad ons uit het bos voert, krijgen we ons eerste vergezicht voorgeschoteld. De typische houten Zwitserse hutjes zijn ook meteen van de partij. Buiten wappert er wat nationale trots: een grote rode vlag, met een wit kruis in het midden.

Na tweeëneenhalf uur klimmen pauzeren we even op een bankje. We eten een appel en smeren ons in met zonnecrème. Het is hier prachtig weer! Na onze rustpauze worden we opnieuw het bos in gestuurd. Wim vult mijn waterfles onderweg aan met water dat langs enkele rotsen naar beneden sijpelt. Hij drinkt ervan zonder het eerst te filteren. Het ziet er dan ook zo puur en zuiver uit. Zalig… Waar kan een mens tegenwoordig nog rechtstreeks uit de rivier drinken?

Door een groene weide met wilde bloemen, worden we langsheen een graspaadje het dorpje Weisstannen binnen gevoerd. Voor de oude post eten we onze picknick op. Hoewel Weisstannen maar een klein dorpje is, zien we veel activiteit om ons heen. Zowat alle mannen van het dorp zijn bezig met het gras te maaien. Met kleine handmachines gaan ze tekeer op hun reuzengrote bijna verticaal gelegen alpenweides. Wat een werk! Zwitsers zijn alvast geen luieriken. Zoveel is zeker…

Op het volgende stuk wijken we geen meter van de mooie, onstuimige rivier, de Seez. We ontmoeten een oud vrouwtje, dat duidelijk trots is op haar gezegende leeftijd van 91 jaar. Maar dat is niet het enige waar ze trots op is. Ze vertelt ons wel drie keer dat onze route over haar grond loopt. Grond die ze momenteel verpacht. Maar ze komt er nog dagelijks wandelen. Ze ondersteunt haar oude lichaam met een veel te grote houten stok, alsof ze straks nog van plan is polsstok te gaan springen over de besneeuwde Zwitserse bergtoppen. Ze vertelt honderduit over het feit dat ze nooit getrouwd is, en nog steeds volop geniet van het vrijgezellenleven. Daarnaast vertelt ze ons nog zoveel meer, maar helaas verstaan we door haar Zwitserse accent niet eens de helft. We nemen afscheid, bedanken haar dat we over haar prachtige stuk grond mogen lopen en stappen verder.

Net voorbij enkele imposante rotsen arriveren we bij de berghut van Vorsiez. Deze berghut heeft een grote slaapzaal met 54 bedden. Ik vermoed dat de slaapzaal zich in de oude lange koeienstal bevindt. We gaan tegen de buitengevel op een bankje zitten. Voor we onze laatste kilometers aanvatten, drinken we nog wat. Wim drinkt een alcoholvrij biertje en ik kies een warme chocomelk op de drankenkaart met verbazingwekkend hoge prijzen. We nemen nog twee biertjes mee, voor vanavond op onze bivakplaats.

Terwijl we over een donkergrijze grindweg naar de voet van het hooggebergte gestuurd worden, zien we dat de koeien vanuit hoger gelegen almen naar de hut gevoerd worden om gemolken te worden. De kaas die je bij de hut kon kopen, moet van eigen makelij zijn. Toen ik daarnet in de hut even gebruik maakte van het toilet, kon ik zien dat je vanuit het restaurantgedeelte door grote ramen zicht hebt op de melkerij. Een leuk concept…!

Maar over toilet gesproken… De natuur blijft me onophoudelijk roepen vandaag. Geveld door diarree, begin ik een uur voorbij de hut plots vreselijk te zweten, terwijl ik kippenvel heb over mijn hele lichaam. Echt slecht voel ik me gelukkig niet, maar we besluiten toch maar ons kamp op te slaan. We wijken wat van de route af, om een grote bergweide te vinden met een indrukwekkend zicht op de Foostöckli. Morgen moeten we ten westen van deze berg verder wandelen, om erachter over te steken over de Foopass. Het moet een niet te onderschatten beklimming zijn met trapjes, steile paden en ijzeren kabels tegen de rotswand. Een goede nachtrust op onze alpenweide moet ons voorbereiden op deze veelbelovende uitdaging…

Aan de andere kant van de weide zien we een hutje, waar een Zwitserse vlag triomfantelijk wappert in de wind. Ik zie een man, dus ik besluit hem te gaan vragen of het stoort als wij hier bivakkeren vannacht. Dat doet het absoluut niet volgens de man. Zolang we morgenvroeg maar weer weg zijn… Hij vertelt dat zijn zus afgelopen jaar ook de Via Alpina gelopen heeft. Volgens haar was het een loodzware, maar prachtige tocht. Hij wenst me succes met de verderzetting van onze route en geeft me nog een half litertje rode wijn mee. Wijn die hij zelf gebrouwen heeft, zo blijkt. “Met druiven die even verderop in een wijngaard staan”, vertelt hij met lichtjes in de ogen. Hij geeft me nog wat uitleg over zijn wijngaard en de Pinot Gris druif die verantwoordelijk is voor zijn brouwsel. Met grote dankbaarheid neem ik zijn flesje aan. Wat bijzonder om zijn wijn op deze betoverende plek te mogen proeven! Hij smaakt prima bij de chili con carne met rijst, die ik als een volleerd chef op mijn gaspitje bereid. Een alpenmarmot poseert netjes op een uitstekende rots voor de lens. Geïnteresseerd kijkt hij naar Wim die bezig is met de tent op te zetten. Bang van mensen is hij blijkbaar niet. Wat hij met zijn vriendjes ’s nachts trouwens nog eens kracht komt bij zetten, wanneer hij ons met een bezoek in onze voortent vereert.

 

 

 

Follow us on social media

Sharing is caring!

2 thoughts on “Via Alpina, Dag 1: Sargans – Glatti”

  1. Pingback: Hoe te starten met hiken? - A Hiker's Tale

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *