Via Alpina, Dag 5: Altdorf – Engelberg

We maken uitgebreid gebruik van het ontbijtbuffet van het hotel. Ik eet een croissant, twee kleine broodjes met ham, wat havermout en gedroogd fruit. We gaan niet op de calorieën letten, want vandaag hebben we alle energie meer dan nodig! In totaal moeten we 1900 meter klimmen en nog eens 1200 dalen. De hoogtemeters zijn volgens onze topogids goed voor 10,5 uur aan één stuk stappen, zonder pauzes.

Rond 8h checken we uit en lopen we Altdorf via een aanpalend dorpje buiten. Voorlopig is het nog vlak. Ideaal om langzaam de spieren op te warmen. Onderaan een kabelbaan begint het echte werk. We zien twee hikers met rugzak een cabine van de kabelbaan in stappen. Zo kan het natuurlijk ook… Maar wij gaan voor de échte zweetdruppels. En die zweetdruppels laten niet lang op zich wachten. Onder een stralende hemel klimmen we over een eeuwenoud pad, dat met de hand aangelegd is. Willem Tell is hier wellicht nog ooit met zijn paard overheen gegaloppeerd. Niet zo ver hier vandaan zou deze historische figuur geboren zijn, dus zo gek is die gedachte niet eens… Het pad is wat dieper in het landschap in gegraven en langs beide zijden zijn er muurtjes opgebouwd. Het lijkt een beetje alsof we in een groot loopgraf naar boven aan het klimmen zijn. Zonder de duistere context van oorlog dan, want alles is hier peis en vree.

Na zo’n twee uur geklommen te hebben, is het duidelijk dat het geen goed idee van mij was om maar één liter water mee te nemen. De afgelopen dagen kwamen we elke vijf kilometer wel een riviertje tegen om onze flessen aan te vullen. Ik vond het dan ook buitengewoon slim van mezelf om op deze zware wandeldag wat gewicht te besparen en maar één litertje mee te nemen. Maar alsof de duivel ermee speelt, komen we vandaag natuurlijk geen enkele rivier tegen… Ik probeer zo goed mogelijk te rantsoeneren en zet al mijn pijlen op het dorp Brüsti. Maar dat dorp passeren we helaas pas na 1000 meter klimmen.

 

Gelukkig wordt mijn geduld toch niet zo lang op de proef gesteld. Want op het moment dat mijn tong volledig tegen mijn gehemelte geplakt is, komen we plots tegen alle verwachtingen in toch nog een bronnetje tegen langs de weg. Ik heb de bron – eerlijk waar – gekust van blijdschap. We drinken ter plaatse zoveel we kunnen van het heerlijk frisse water en vullen onze flessen tot boven toe vol. Het geeft me een enorme energieboost, waardoor we in geen tijd aankomen in Brüsti. We lopen nog wat verder de berg op en komen op een “super de luxe” picknicplaats terecht, waar zelfs een kraaknet toilet in een houten hutje te vinden is. Het is rond de middag, dus aarzelen we geen seconde om hier te picknicken. Vandaag staat er brood met visjes uit blik en Zwitserse kaas op het menu.

In de verte hebben we zicht op de Serenenpas, die nog onder een dik pak sneeuw bedolven ligt. Zonder het aan elkaar toe te willen geven, krimpt ons hart eventjes in elkaar. Hebben we er wel goed aan gedaan om onze stijgijzers thuis te laten…? Het ziet er immers best “tricky” uit. Dat de zon af en toe gaatjes doorheen het wolkendek prikt, speelt wel in ons voordeel. Met een beetje geluk maken die zonnestralen de sneeuw zacht genoeg om de hellingen zonder kleerscheuren te passeren.

De zorgen verdwijnen snel wanneer we ons over smalle paadjes op grote hoogte brengen. Dit is Zwitserland op z’n mooist! Ik struikel bijna over mijn eigen voeten, terwijl ik links, rechts, voor, achter, boven en onder mij het hele landschap in mij op wil nemen. Ik word er helemaal stil van. Een gevoel van grote dankbaarheid overvalt me. Dankbaarheid omdat we op zo’n mooie planeet mogen wonen. Alleen jammer dat niet iedereen er altijd even zorgvuldig mee omspringt…

Het besneeuwde zadel van de Serenenpas komt dichter en dichter. Vanop een iets lager gelegen pas, die we via een bijna loodrecht pad bereiken, krijgen we zicht op de route die we tot de top moeten volgen. Ook vanuit dit perspectief ziet het er best verraderlijk uit. Een mysterieuze mist hangt een onheilspellende sluier over de bergtoppen rechts van ons.

Terwijl we ons in het decor van een ”Lord of the Rings” film wanen, banen we ons voorzichtig een weg naar boven. Ik mik mijn voeten nauwgezet op kwikkelende rotsblokken, die nog maar net naar beneden lijken gerold te zijn. Het steenpuin gaat opnieuw over in sneeuw. Wim gaat voorop op de steile bergwand. De sneeuw is zacht en loopt vlotter dan verwacht. We kunnen trapjes maken met onze voeten en alles voelt redelijk stabiel.

Wanneer we bijna de top bereikt hebben, moeten we plots toch weer een alternatieve route zoeken, omdat de sneeuwpassage te fel gesmolten is en niet meer veilig is. Wim vindt al snel een andere mogelijkheid. Met het nodige handen- en voetenwerk klimmen we voorbij het gevaarlijke stuk en komen we weer op de route terecht. Wanneer de laatste sneeuwpassage in zicht komt, besef ik dat we onze volgende bergpas overwonnen hebben!

In volle euforie klimmen we naar het hoogste punt van de berg, die nauwelijks drie vierkante meter groot is. Ik ga zitten op de top en laat mijn benen over de rotswand bengelen. Zwarte vogels cirkelen rond de top en vliegen rakelings aan ons voorbij.

De tijd staat stil. Ik voel meteen dat dit één van die momenten is op onze tocht, dat ik voor de rest van mijn leven ga onthouden. Hoe magisch is het om op deze stoere berg te staan…? Hoe groots is de wereld hier…? En hoe klein ben ik…? Plots staat alles in perspectief. En hoe klein ik ook ben, hoe nietig deze berg me ook maakt… Het voelt fan-tas-tisch!

Wanneer we aan de afdaling beginnen zit ik nog steeds in een soort van roes, waardoor ik de regendruppels die ondertussen naar beneden aan het vallen zijn nauwelijks voel. Het deert Wim ook vrij weinig, dus geen van ons beiden doet de moeite om de regenjas aan te doen.

We zetten een stevig tempo in, maar worden af en toe toch een halt toegeroepen, wanneer de verbluffende natuur ons verplicht om voldoende tijd te nemen al haar pracht in ons op te nemen.

 

Smalle rotspaden brengen ons tot een golvend groen plateau. Een kronkelend riviertje maakt van het geheel een waar sprookjeslandschap. De regenwolken laten net voldoende ruimte om één lichtbundel door te laten, die een paar meters vóór ons het pad verlicht. Enkele eeuwen geleden zou men dit verschijnsel vast het nederdalen van God genoemd hebben. Wat volgens mij zelfs nog echt gebeurd is ook, want op één van de groene heuveltjes op het plateau is zowaar “in the middle of nowhere” een kapelletje gebouwd.

Onderweg passeren we nog twee hutten, maar we laten ons geen enkele keer verleiden om er ons kamp op te slaan. We hebben onze zinnen op Engelberg gezet, en zijn vastberaden daar vanavond ook aan te komen.

Een dik uur voor we ook daadwerkelijk in Engelberg arriveren, is onze route onderbroken. Door een lawine is het pad weg gespoeld. Afgeknakte bomen op de helling zijn nog stille getuigen van wat er zich hier enkele maanden geleden moet hebben afgespeeld. Vreemd genoeg liggen de gesneuvelde bomen met hun kruinen naar boven gericht op de helling. Later zal ons verteld worden dat dat komt doordat de lawine eigenlijk op de overliggende berghelling ontstaan is. Maar deze was zo heftig, dat de lawine over de vallei heen terug omhoog geblazen is tegen de andere berghelling, waarop wij nu lopen. En daarom liggen de bomen dus als het ware omgekeerd. Ik kan mij niet voorstellen welke kracht die lawine gehad moet hebben. Ik hoop alleen maar dat er niemand op deze plek stond toen het gebeurde…

Wanneer we weer in de bewoonde wereld komen, belanden we opnieuw op een filmset. Niet die van “Lord of the Rings” deze keer, maar wel die van een western. En letterlijk dan, want de paarden, koetsen en acteurs zijn alom aanwezig. Beschilderde houten panelen moeten echte “saloons” voorstellen. En hoewel het er voor ons in 3D natuurlijk heel nep uitziet, kan ik mij inbeelden dat het op doek zijn effect niet zal missen. Voorbij een golfterrein is het nog twee kilometer stappen tot de camping, waar wij een stukje grasveld gereserveerd hebben. Eens daar aangekomen staan we versteld van de luxe die de camping uitstraalt. Er is een zwembad en zelfs een heel wellness centrum. Helaas zijn we te laat om er nog gebruik van te kunnen maken. Maar we zijn al blij met het campingwinkeltje en de bar, waar we ongegeneerd met de schoenen uit allebei van een frisse pint genieten.

Met de ingrediënten die ik in het winkeltje bijeen heb kunnen sprokkelen, tover ik tegen 22h pasta bolognaise met verse paprika’s en worst op tafel. Het klinkt misschien niet heel bijzonder, maar als je weet dat wij op trektocht meestal blikvoer of vriesdroogmaaltijden eten, maken onze smaakpapillen ons zeer overtuigend wijs dat deze pasta van een uitzonderlijk culinair niveau is. Verschillende mensen van een motorclub wensen ons smakelijk eten. Morgen vindt hier blijkbaar een “Gold Wing” treffen plaats en is de camping volledig afgehuurd door deze motorclub. Wat een geluk dus dat we niet een dag later aangekomen zijn.

Terwijl Wim langzaam maar zeker in dromenland sukkelt, vraag ik me af of we wel genoeg beseffen hoe uniek het is dat we dit als koppel allemaal kunnen doen. Hoe waardevol is het niet, deze passie met elkaar te kunnen delen? Op een trektocht als deze ga je als mens zowel fysiek als mentaal tot het uiterste. Geen geheimen, geen maskers. Je bent wie je bent, “you see is what you get”. Op al je hoogte-, maar vooral ook dieptepunten. Er is niemand die me beter kent dan Wim. Hij heeft de Leen gezien met de handen in de lucht, bovenop ontelbaar veel bergtoppen, euforisch en vol energie. Maar hij heeft ook de Leen gezien zonder make-up, dagenlang niet gewassen, met tranen in de ogen, puffend en de hoop opgevend. En of het nu hoog of laag, euforisch of diepdroevig was… Nooit heb ik er alleen voor gestaan. Dit… doen we samen. Dit… is onze passie. Dit… zijn wij!

Follow us on social media

Sharing is caring!

4 thoughts on “Via Alpina, Dag 5: Altdorf – Engelberg”

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *