Via Alpina, Dag 6: Engelberg – Engstlenalp

Met een verse Apfelstrüdel uit de campingwinkel in de hand lopen we de camping buiten. Vandaag eten we ons ontbijt “on the go”. Hoe modern. Hoewel de Apfelstrüdel mierzoet is, vult hij onze suikerspiegel maar net voldoende aan, opdat wij na één kilometer al niet meteen de handdoek in de ring gooien. Het pad is immers meedogenloos en stuurt ons bijna kaarsrecht omhoog. Onderweg komen we drie plaatselijke gemeentearbeiders tegen, die met hun breed gebouwde lichamen tegen de flank van de berg geplakt staan. Ze zijn in een bijna onmogelijke positie bezig met de heraanleg van het pad, waarop wij ons momenteel bevinden. Ze maken nieuwe trapjes, wat wandelaars moet helpen om de steile hellingsgraad iets gemakkelijker te overbruggen. Het hout dat ze gebruiken om de trapjes te maken kappen ze rechtstreeks uit dit bos. De overschotten versnipperen ze, en verspreiden ze over het pad. Met enig acrobatisch beenzwengelwerk lukt het mij om de arbeiders veilig voorbij te stappen. Ik bedank hen voor het goede werk dat ze leveren, want het is uiteindelijk voor mensen zoals wij dat zij deze zware arbeid verrichten. En zwaar is het absoluut, dat kan ik je verzekeren. Zowel Wim als ik vinden het echt een meerwaarde om deze mannen eens in “real life” bezig te hebben gezien. Want hoeveel trapjes hebben wij al niet gepasseerd in ons leven, zonder er ook maar een seconde bij stil te hebben gestaan hoeveel handenarbeid hierachter verschuild gaat. Met een herwonnen respect voor alle trapjes die volgen, voelt de klim plots een pak minder zwaar. We komen uiteindelijk op een breed karrenspoor uit, dat we enkele kilometers naar beneden volgen. Een ideaal recuperatiemomentje…

Het pad gaat over in asfalt en we belanden opnieuw in de bewoonde wereld, die hier gelukkig slechts bestaat uit een handvol boerderijen. De zon doet haar best om het asfalt te laten smelten, maar op dit vroege uur slaagt ze daar nog niet in. Later op de dag zal het asfalt beslist het onderspit moeten delven. Bij één van de boerderijen willen we yoghurt kopen. Een jonge kerel roept daarvoor zijn baas erbij. Wanneer die er eenmaal is, mag ik Wim niet recht in de ogen kijken of ik zou in een schaterlach uitbarsten. Wat een karikatuur van een mens is hij…! Echt ongelooflijk. Hij spreekt alleen Zwitsers en is dus onmogelijk te verstaan. Hij loopt zenuwachtig van hot naar her en gebaart ons uiteindelijk om hem mee naar binnen te volgen in zijn kaasmakerij. Hij staat op hygiëne en doet aangepast schoeisel aan. Dat wij met onze modderschoenen binnen komen lijkt hem dan weer niet te deren. We zien reusachtige koperen ketels staan in een ruimte met een luchtvochtigheidsgraad van wel 200% en een temperatuur die gemakkelijk de 40° haalt. Er hangt een doordringende geur, die ik onmogelijk kan beschrijven maar ergens tussen zure melk en verse kaas moet zitten. Achterin bevindt zich een grote koelcel waarin zijn “schatjes” opgeslagen staan. Wat zijn yoghurt betreft, heeft onze boer een behoorlijk gamma aan smaakjes. We kiezen er twee uit, moeten slechts 1 Zwitserse frank per potje betalen en nemen breed glimlachend afscheid van de man. Eens we zijn erf buiten zijn, kijken Wim en ik elkaar aan. “Wa was da,” zegt Wim. Waarop ik luid begin te lachen. Alleen al voor de ervaring moet je yoghurt kopen bij deze man. Maar niet veel later, blijkt dat de kwaliteit van de yoghurt ook een ervaring op zich is. Werkelijk overheerlijk!

Ondertussen zijn we van de Via Alpina afgeweken. Noodgedwongen. Want het noodweer dat de regio hier een tijd geleden flink moet geteisterd hebben, heeft ook hier het pad compleet verslonden. Het pad is volledig weggeveegd, waardoor het te gevaarlijk is om hierlangs omhoog te klimmen. Grote waarschuwingsborden en rood-wit lint adviseren wandelaars om een alternatieve route te nemen. Het betekent dat we een omweg moeten nemen, wat bij mij mentaal meteen in de kuiten kruipt. Wim merkt het en geeft aan om extra te pauzeren. Maar ik wil doorwandelen. Door de zure appel heen! Die appel eten we uiteindelijk op bij een pittoresk houten bruggetje over een rivier. Een ander gezin dat we net voorbij gestoken zijn houdt hier ook even halt. Het blijken Amerikanen te zijn, die maar al te graag even een praatje slaan met ons. Ze komen uit Arizona. In totaal zullen zij maar een drietal dagen lopen op de Via Alpina, maar desondanks vinden ze alles “amaaaaaazing”.

Voorbij de brug blijven we een hele tijd een breed pad volgen. De zon heeft vrijspel en maakt de klim eens zo zwaar. Uiteindelijk komen we aan in een hut, waar het in de winter over de koppen lopen moet zijn. Dat leid ik voornamelijk af uit de skilift die vanuit het dal aankomt in de hut, en een andere lift die er vertrekt om skiërs hoger op de berg te krijgen. Ook nu, in de zomer, draaien de liften op volle toeren. Maar de meeste zitplaatjes zijn leeg. Ook wij zijn niet van plan er eentje te vullen, en klimmen na een korte pauze in de hut op eigen krachten verder tot de top: de Jochpass.

Het is nog een dik uur klimmen, dus besluiten we onderweg nog even te stoppen voor een picknick. Eens die binnen gewerkt is, is het niet ver meer tot we de top bereiken. Hoewel ik ook nu weer trots ben op wat we bereikt hebben, blijft een echt euforisch gevoel deze keer toch wat achterwege. Dat heeft te maken met het feit dat de top van de berg een heus skioord is. Een groot gebouw, een skilift en reclamepanelen zijn niet meteen de dingen waarop ik zit te wachten na een urenlange klim. Geef mij maar de wilde natuur, waar nog geen mens gestaan heeft. Weg met al dat plastic, beton en metaal…! Al moet ik toegeven dat de hut op de top bijzonder gezellig en waanzinnig leuk ingericht is. Een bezoekje aan het toilet is zelfs een belevenis op zich, vanwege het unieke en grappige interieur. En het personeel is ook nog eens super vriendelijk.

We maken ons klaar voor een lange afdaling. We passeren opnieuw onze Amerikaanse vrienden en ik maak een grapje dat wij in de hut op hen aan het wachten waren omdat we hen een pint wilden trakteren. Ze moeten ermee lachen en beloven ons prompt om óns beneden op een pint te trakteren. Zo, dat heb ik weer mooi voor elkaar… Waar het smalle pad zichzelf in een haarspeldbocht wringt, zitten enkele militairen op de grond. Hun geweren liggen netjes voor hen uitgestald. Ze roken sigaretten, terwijl ze wachten op hun kompanen die met paarden naar boven toe komen. De paarden dragen zware kisten met grind, dat ze uitspreiden over het pad om het te verstevigen en te herstellen. Dat de Zwitsers hun wandelaars goed verzorgen, is nu wel duidelijk…

Het pad daalt bijzonder vlot en al snel komen we aan bij een groot meer. Net voorbij het meer komen we aan op de eindplaats van onze etappe: Engstlenalp. Engstlenalp is geen dorp, maar bestaat wel uit twee kleine hotelletjes en een prachtige houten hut. Het is achter die hut dat we toelating krijgen om onze tent op te slaan. In één van de hotelletjes genieten we van het pintje dat ons vriendelijk aangeboden wordt door onze Amerikaanse vrienden. Daarna palmen we een bankje op een heuvel in, om er ons avondeten te bereiden op ons gaspitje. Het koelt vrij snel af, waardoor we redelijk vroeg onze tent in duiken. Wanneer we willen gaan slapen, zien we de laatste militairen met hun paarden aankomen in Engstlenalp. Ook hun werkdag zit erop…

Follow us on social media

Sharing is caring!

1 thought on “Via Alpina, Dag 6: Engelberg – Engstlenalp”

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *