GR10

De Pyreneeënoversteek, Dag 30: Route met een reukje

Het is nog niet eens 6 uur wanneer de eerste wandelaars in de gîte hun spullen beginnen te pakken. Gelukzalig draaien wij ons nog voor minstens een uurtje om. Al komt er van slapen nog weinig terecht. Wat kunnen wandelaars toch luidruchtig zijn! We weten meteen weer waarom we – ondanks de gaten in onze slaapmatjes – steeds de voorkeur geven aan overnachten in onze tent. Je hoeft in een tent immers geen rekening te houden met anderen en er is maar één persoon die je kan wakker houden. In deze gîte zijn het er wel veertig… Wim staat dus maar op om water te gaan halen, dat eerst nog gefilterd moet worden voor we het kunnen drinken. Drinkbaar water is er immers niet in deze gîte.

Wim betaalt meteen ook voor het bier en de blikken voeding die we een aantal dagen eerder in het urine-hokje “kochten”. Zo werkt dat hier. Wanneer je in een onbemande hut blikken voeding gebruikt, betaal je die een aantal dagen later in een bemande hut. Hier wordt volledig gerekend op de eerlijkheid van de wandelaars. En eerlijk zijn wij natuurlijk, dus we betalen braaf de hele biervoorraad die we er opgedronken hebben.

Wanneer we de gîte achter ons laten, komen we enkele honderden meters hoger al snel in de sneeuw terecht. We volgen de kleine vlaggetjes waarover de gardien ons gisteren vertelde en vinden zo onze weg door het sneeuwlandschap. Ergens gaat de route over een met sneeuw bedekt bergmeertje. Ik zeg tegen Wim dat ik dat toch wat riskant vind, nu de sneeuw aan het smelten is. Wim is er echter van overtuigd dat we niet over het meertje maar wel over de oever lopen. Prima, ik geloof hem. Dus ik zet vol zelfvertrouwen mijn voet in de sneeuw. Een doffe “plons” laat horen dat de oever toch nog iets verderop is… Ik zak tot iets onder mijn heup in de sneeuw en het onderliggende water weg. Mijn rechterschoen is doorweekt. Ik voel hoe het ijswater naar binnen gutst. Aangenaam is anders. Maar gelukkig is het bergmeer hier niet dieper en is de schade beperkt tot koude en natte voeten.

Kort nadien nemen we een pauze zodat ik mijn sokken kan uitwringen en mijn voeten wat kan laten drogen. We nemen plaats op een rots en kijken uit op het vervolg van onze route. We zien dat het verraderlijk steil wordt door de sneeuw en besluiten dat het tijd is om de stijgijzers aan te binden.

We klimmen verrassend vlotjes door de sneeuw omhoog. De sneeuw is zacht, waardoor het iets minder glad is, maar wel harder werken is om tot boven te geraken. Wim wijst me op een mooi meertje dat wat verderop onder ons ligt. Ik was te druk bezig met al mijn aandacht op het steile pad en mijn stijgijzers te richten, dat ik volledig vergeten was om rond te kijken en te genieten van deze unieke en prachtige omgeving. Ik ben blij dat Wim me letterlijk en figuurlijk even laat stilstaan. Dit zijn momenten die je voor altijd in je geheugen wil opslaan. Zoals een foto die je aan de muur hangt en kan bekijken wanneer je maar wil.

Bij een rotspartij gaan de stijgijzers even uit. Met deze dingen aan je voeten is het onmogelijk om over rotsen te klauteren. De rugzak gaat dus uit om de stijgijzers los te maken, de rugzak gaat terug aan om de rotsen te passeren, en daarna moet hij weer uit om de stijgijzers opnieuw aan te binden voor een volgende passage door de sneeuw. Het is een heel gedoe, maar veiligheid boven alles!

Het laatste stuk stijgen we over een steil kronkelend pad. Hier kunnen de zonnestralen blijkbaar aardig goed bij, want ondanks de hoogte kunnen we sneeuwvrij de top bereiken die op zo’n 2500 meter hoogte ligt. Opnieuw wil ik foto’s opslaan in mijn hoofd. Dit uitzicht zou ik het liefst voor altijd bij me dragen. Wanneer we straks weer thuis zijn en het normale leven terug op zullen nemen, zou ik in gedachten zo graag dit panorama weer naar boven kunnen halen. Ik geef mijn ogen de kost en probeer het kleinste detail in me op te nemen. Voor de zekerheid neem ik toch ook maar enkele echte foto’s, voor het geval mijn geheugen me straks in de steek laat…

Vanaf de top is het alleen nog dalen tot Mérens les Vals, onze bivakplaats voor vanavond. Langs een riviertje eten we stokbrood met honing en verse geitenkaas, die we kochten bij de lieve familie van het chaletje. Een schaap met haar lammetje wil ook proeven van al dat lekkers en komt snuffelen bij onze rugzakken. Wanneer we verder lopen gooit Wim wat brood voor hun voeten, maar ze happen niet toe.

Het pad draait naar een prachtige rivier, waarvan de oevers omzoomd zijn met kleurrijke bloemen. Als een regenboog dit zou zien, zou hij prompt jaloers worden op het waanzinnige kleurenpalet. Maar het zijn vooral de heerlijke geuren die ons opvallen. Het lijkt wel alsof we een parfumwinkel binnenstappen. Wim plukt een bosje bloemen. Niet om aan zijn lief vrouwtje te geven, maar wel om straks bij onze iets minder goed ruikende kleren te steken. Hopelijk kan het ons outdoorluchtje wat camoufleren…

Wanneer we aankomen in Mérens les Vals zoeken we eerst het plaatselijke barretje op voor een welverdiend biertje. Ik ga ondertussen kijken bij de épicerie, want we moeten hier voor 3 dagen inkopen doen. Bij de winkel hangt een bordje, waarop te lezen staat dat hij pas tegen 17h15 open gaat. Als straks de tent opstaat komen we best nog eens terug. Bij het tweede pintje in de bar begint het te regenen en vang ik een gesprek op tussen de “patron” en andere wandelaars. Ik meen te verstaan dat het over de épicerie gaat en dat die vandaag helemaal niet meer open gaat. Ik vraag het even na, en inderdaad… vandaag geen inkopen dus. We lopen nog anderhalve kilometer door tot de camping, waar ook een kleine épicerie zou zijn. Daar aangekomen vinden we meteen de épicerie, maar je raadt het al: “fermé”. We houden het vanavond dus bij een sobere noedelmaaltijd.

Minder sober is de perfect zuivere sanitairblok van de camping, waar we ons van ons outdoorluchtje ontdoen. Voor veel te veel geld maken we zelfs van de gelegenheid gebruik om onze kleren in de was- en droogmachine te stoppen. Volledig droog komt de was er niet uit, dus Wim spant nog een waslijntje uit. Ondertussen is het opgeklaard, dus dat komt wel goed.

Onze sobere maaltijd mogen we binnen bij de receptie van de camping bereiden en opeten. Fijn, want buiten is het flink afgekoeld. Wanneer we onze kapotte slaapmatjes gaan opzoeken, valt de regen plots met bakken uit de hemel. We snellen ons naar ons waslijntje om te redden wat er te redden valt, maar het kwaad is al geschied. Die dure jeton van €5 voor de droogmachine is nu dus letterlijk in het water gevallen. We vloeken luidop, maar kunnen er tegelijk hartelijk om lachen. We kruipen diep in onze warme slaapzakken en zouden graag nog eens €5 uitgeven als we daarmee zeker waren dat het tentzeil ons vannacht wél droog zal houden.

Follow us on social media

Sharing is caring!

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *