De Pyreneeënoversteek, Dag 31: Wellness

Op een ietwat vochtige slaapzak na, hebben we het droog kunnen houden vannacht. Gelukkig maar, want het heeft nog goed geregend. Na wat koffie en twee chocoladebroodjes, die ondertussen al een kleine week in mijn rugzak wonen, trekken we richting de épicerie van het dorp, die vandaag gelukkig wél geopend is. We kopen allerlei dingen in blik en poedervorm. Genoeg om weer enkele dagen in “the middle of nowhere” te vertoeven. Ik neem ook nog drie baguettes en leg ze samen met onze andere inkopen op de toonbank. Had ik dat maar niet gedaan, want het heeft een furieuze winkeldame tot gevolg. “Wie heeft dit brood genomen?! Niemand raakt hier een brood aan…! Enkel ik serveer hier het brood”, ratelt ze woedend. Ik sta perplex. “Tranquil, tranquil”, reageert Wim, maar veel effect heeft het niet op de Franse furie. Ze legt de broden terug in de mand en er is geen haar op haar hoofd dat eraan denkt om er eentje aan ons te verkopen. Met tegenzin betalen we de rest van onze boodschappen en lopen we enigszins ontzet het dorp uit.

We passeren enkele meters hoger een kerkje dat ergens uit de middeleeuwen moet dateren. Scheef gevallen metalen grafkruizen langs het kerkje doen wat eng en tegelijkertijd ook sprookjesachtig aan.

We klimmen verder door de bossen omhoog langs een smal pad. Links van ons zien we een riviertje stromen. Het lijkt uit te komen op een viertal natuurlijke baden, die elk afgebakend is met ronde keien. Er stijgt waterdamp op uit de bassins. We gaan een kijkje nemen. Wim steekt zijn hand in één van de reservoirs en begint zich prompt uit te kleden. Het blijkt een warmwaterbron te zijn…! We twijfelen geen seconde om hier met z’n tweetjes languit een badje te nemen. De kleren worden dus over de takken van de bomen gehangen, en – hupsakee – geen drie tellen later liggen we allebei te genieten van ons warme badje in het midden van het bos. De geur van rotte eieren, die helaas onlosmakelijk verbonden is met warmwaterbronnen, nemen we er met plezier bij. Ach, misschien ruiken we nu zelfs beter dan vooraf…

Iemand uit het dorp komt ook een badje nemen. Hij heeft last van zijn gewrichten en zo’n warmwaterbad moet blijkbaar wonderen doen. We geraken aan de praat en de man ziet dan dat we allebei een ring dragen. Die moet meteen uit, want het zwavel in het water zou goud zomaar doen oplossen, zegt hij. We luisteren gedwee naar de man en spoelen onze huwelijksringen snel af. We drogen ons af en kleden ons aan. Er moet immers ook nog gewandeld worden vandaag…

Onze huid tintelt wanneer we verder en verder omhoog klimmen. Een jongeman met lichte bepakking steekt ons voorbij. Even later steken we hem weer voorbij. Dan hij weer ons, wij weer hem, enzoverder… Tot we uiteindelijk een gesprek aanknopen. Hij komt hier zomaar wat rond hangen, gewoon omdat hij van wandelen houdt. Ook wij vertellen ons verhaal, waarop hij ons waarschuwt voor de sneeuw aan de Porteille de Bésines. Zijn ongeruste blik doet ons ook wat ongemakkelijk voelen. Wat staat ons nu weer te wachten…?

We klimmen verder door de smalle vallei, waar een grote rivier koning is. Links en rechts van ons stijgen de bergflanken honderden meters boven ons uit. Grijze wolken verbergen de toppen, die veel hoger zijn dan ze lijken. Bij een watervalletje keert onze jongeman huiswaarts. Wij trekken zoals steeds verder. Aan het einde van de vallei nemen we wat tijd voor een picknick. Omdat de zon af en toe terrein wint, stallen we ook onze natte kledij ostentatief uit op de rotsen rondom ons. Het lijkt wel een outdoor wassalon.

De wolken vinden al snel hun weg richting het wassalon, we pakken dus maar weer rap in om verder te trekken. Wim plukt onderweg wat wilde rabarber. We snoepen allebei van zo’n frisgroene stengel. Het pad komt uit op een mooi bergmeertje. Het water is zó helder dat je er meteen enkele flinke slokken van zou willen drinken.

We lopen langs het meer, spannen ons in voor een laatste zware klim en komen dan gelijktijdig met de wolken boven op de top aan. Het is er erg koud, en de mist haalt ons al snel in. De vele sneeuw die de jongeman voorspeld had ligt er gelukkig niet. Het beetje dat er wel ligt omzeilen we met gemak.

We dalen meteen af om een uurtje later een biertje te kunnen bestellen in de Refuge des Bésines. We vragen bij de refuge of we onze tent mogen opzetten. Dat kan. Gratis en voor niks. Maar wel op één voorwaarde: we moeten vanavond het dagmenu eten in de refuge. We kijken elkaar wat bedenkelijk aan en vragen wat het dagmenu inhoudt. De gardienne (inderdaad, een vrouw) begint de hele menu op te sommen. Ze is nog niet bij het hoofdgerecht of ik zie Wim al niet meer staan achter zijn druipende tong. Kwijlend nemen we plaats aan een tafeltje. Veel spijt hebben we niet van onze keuze, want de vermicellisoep, de boeuf bourguignon met puree, de kaas en de chocoladeflan glijden zonder veel problemen naar binnen. We eten genoeg om een week door te komen.

We sluiten de avond af met onze bevriende Kolonisten van Catan en de even zo bevriende rode wijn. Tegen 22h komt de gardienne zeggen dat het licht uitgaat, dus kruipen we maar een keertje wat vroeger in de tent. De regendruppels tikken weer tegen het zeil, maar dit zullen vast wel de allerlaatste zijn…

Follow us on social media

Sharing is caring!

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *